De voedselcrisis die in delen van de wereld sterk voelbaar is, krijgt uiteindelijk de hele wereld in haar greep. Ook Amerika en de rijke Europese landen krijgen te maken met voedselschaarste en uiteindelijk honger.
En dat is geen beeld van de verre toekomst. Dat staat voor de deur. Misschien al wel dit jaar, maar anders zeker volgend jaar.
Die sombere prognose komt van de christelijke hulpverleningsorganisatie Food for the Hungry. Volgens de organisatie is er met name onder christenen weinig besef van de omvang van de ramp die de wereld staat te wachten. Christenen maken zich er nauwelijks druk om en lijken te denken dat het allemaal wel meevalt.
Maar, waarschuwt Food for the Hungry, het valt niet mee. De voedselcrisis is huizenhoog. De prijzen van voedsel zijn het afgelopen jaar wereldwijd met 40 procent gestegen. De voorraden slinken. Er begint zich in sommige gebieden een humanitaire crisis af te tekenen. In gebieden waar tot voor kort geen honger was, is nu al sprake van honger. Terwijl de crisis nog allerminst het hoogtepunt heeft bereikt.
Food for the Hungry vraagt niet alleen zijn achterban om in de buidel te tasten zodat meer (nood)hulp verleend kan worden, ook vraagt men gebed zodat met name Westerse christenen door beginnen te krijgen hoe groot de omvang van de ramp is.
Matt Panos, woordvoerder van Food for the Hungry, noemt de dreigende honger wereldwijd “een stille tsunami. Het komt op ons afgestormd. We kunnen het niet keren.” Volgens hem wordt zijn organisatie nu al vrijwel dagelijks met de gevolgen van de voedselcrisis geconfronteerd. “We krijgen rapporten binnen uit elk land waar we werken, uit elk continent, en allemaal zijn ze eensluidend: de voedselprijzen zijn enorm gestegen en blijven nog steeds stijgen. Mensen zijn niet meer in staat om voedsel te kopen.” In de Wall Street Journal citeerde hij rapporten uit Afghanistan, Congo, Soedan, Bangladesh, de Filippijnen en Nicaragua. “Van de bevolking van Nicaragua kan nu al 73 procent van de bevolking niet meer de dagelijkse behoefte aan voedsel kopen.”
Bron : Manna Vandaag | Referentie : VoedselBank







































