David Wilkerson – God waarschuwt, maar niemand lijkt gealarmeerd

Ingezonden door Jessica

De Amerikaanse pinksterpredikant David Wilkerson kwam in 2009 met een ‘dringende boodschap, namelijk dat er zich binnen niet al te lange tijd een ramp zou gaan voltrekken op aarde. Die boodschap trok ruime aandacht. Aanvankelijk volgde bijval, maar later kwam er ook kritiek. In bijgaand artikel laat Wilkerson, aan de hand van een aantal teksten uit het bijbelboek Amos, nogmaals een ernstige waarschuwing horen aan het adres van Amerika. Maar de boodschap is evenzeer van toepassing op Nederland, Europa en op veel westerse christenen.

Van al de profeten van het Oude Testament spreekt Amos het meest duidelijk tot onze tijd. De profetie die hij uitspreekt richt zich op onze generatie alsof deze van de koppen van hedendaagse kranten was afgescheurd. Inderdaad is de profetie van Amos tweeledig bedoeld. Hij was niet alleen voor God’s mensen in zijn tijd bedoeld, maar ook voor de kerk nu, in onze tijd. Amos beschreef God als een brullende leeuw die klaar stond om Israël te treffen met zijn oordeel: ‘De leeuw heeft gebruld, – wie zou niet vrezen? De Here HERE heeft gesproken, – wie zou niet profeteren?’ (Amos 3:8). De profeet verklaarde: ”God is opgestaan als een brullende leeuw, klaar om zijn prooi aan te vallen. En wanneer ik deze leeuw hoor brullen, moet ik waarschuwen.”

Wakker schudden

De Heer gebruikte Amos om Israël wakker te schudden. Wat was zijn boodschap? God stond op het punt zijn volk te oordelen vanwege hun overweldigende slechtheid en corruptie.Natuurlijk oordeelt de Heer nooit een volk zonder eerst profetische stemmen op te wekken om hen te waarschuwen. ’Voorzeker, de Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Amos 3:7). Nu voelde Amos zich gedwongen te spreken omdat hij de wolk zag naderen van oordeel: ’Wordt de bazuin in een stad geblazen, zonder dat de inwoners opschrikken? Geschiedt er een ramp in een stad, zonder dat de HERE die bewerkt?’ (Amos 3:6). Van de boodschap van Amos hier krijgt men het koud: God heeft een boodschap van waarschuwing laten klinken aan zijn kinderen. Maar niemand is gealarmeerd.

Juist nu willen weinigen iets te maken hebben met een boodschap die over oordeel gaat. Onze natie ís al gevuld met angst. We verwachten dat een andere terrorist ieder moment zal toeslaan. En de economie ziet er magerder dan ooit uit. Mensen zeggen: ”Ik kan er niet nog meer bij hebben.” Maar de Heer spreekt wanneer Hij wil. En zijn Geest voorziet ons van kracht om zijn Woord te horen, zoals dat gesproken wordt door zijn gezalfde dienaren. Onze Heer zal trouw alle kracht geven aan zijn volk die zij nodig hebben om te kunnen verduren wat er ook maar zou kunnen gebeuren.

Heidenvolken

Toen Amos profeteerde, richtte hij zich tot de heidenvolken die Jeruzalem omringden. Zeker zouden deze heidenen onder God’s oordeel vallen. Zij waren bezig de grensstreken van Israël te stelen, oorlog met hen te voeren en hun kinderen te vermoorden. Toch zegt Amos nu: ’Hoort dit woord, dat de HERE over u spreekt, gij Israëlieten’ (Amos 3:1). Het gebrul van de leeuw was tegen Israël zelf. ’De leeuw heeft gebruld, – wie zou niet vrezen? De Here HERE heeft gesproken, – wie zou niet profeteren?’ (Amos 3:8).

God’s volk stond op het punt geoordeeld te worden omdat ze de zuivere aanbidding van de Heer vervuilden: ’U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken’ (Amos 3:2). Er is een goddelijke wet die zich door de Schriften heen doet echoën. Deze zegt, in wezen: ’Hoe groter de mate van genade die aan een volk is toegedeeld, hoe groter ook het oordeel dat zal vallen op dat volk, als God’s genade wordt veracht’. Als een volk veel waarheid is gegeven, zijn zij ook meer verantwoordelijk. En als ze die waarheid vervuilen, zal hun oordeel verdubbeld worden.

Juist nu is God zeker Amerika aan het oordelen vanwege zijn slechtheid. Ik denk aan al de manieren waarop onze natie Zijn naam heeft verwijderd uit het openbare leven. Toen ik opgroeide, leerde ik dat Amerika een christelijke natie was, gesticht door vrome mannen die vrijheid zochten om de Heer in waarheid te aanbidden. Natuurlijk, Zuid-Afrika en andere naties claimen van dezelfde oorsprong te zijn.

Amerika gezegend

Ik twijfel er niet aan dat God zekere naties zoals Amerika heeft gezegend om te helpen de wereld te evangeliseren. Toen deze natie in zijn kinderschoenen stond, zond het van alle volken de meeste zendelingen uit. Amerika zond herders, leraren en evangelisten uit over de hele aardbol. Ondertussen hield een heilig volk in de thuishaven de vloed van slechtheid tegen. Vrome leiders, toegewijde predikers en ijverige kerkelijke bijeenkomsten stonden op om de naam van de Heer te eren. Maar de slechtheid begon de overheid te krijgen. God’s naam werd bespot. En onze natie ging als een gek aan achter het najagen van plezier.

We keerden ons naar idolen van rijkdom, voorspoed, materiële winst. En we verloren snel onze ijver en medelijden voor de verlorenen. Nu zijn we niet langer een grote, zendelingen uitzendende natie. In plaats daarvan exporteren we nu een evangelie van welvaart en begeerte. In zijn grote liefde en wijsheid heeft de Heer geprobeerd onze natie te zuiveren met zeer harde kastijdingen. Hij heeft periodes toegestaan van droogte, overstromingen, financiële catastrofes, tornado’s, orkanen, drastische weersveranderingen. Hij laat de trompet luid klinken. Maar niemand is gealarmeerd. Vele brengers van het Woord claimen: ”God is niet zo. Hij staat niet achter enige van deze tragedies. Die zijn allemaal het werk van de duivel.”

Ze vermoeien mij

Ik kan u niet vertellen hoezeer deze predikers mij vermoeien. Zij kennen hun Bijbel niet. Kijkt u eens naar het volgende woord van Amos: ’Ik echter, Ik heb u gegeven reinheid van tanden in al uw steden en broodgebrek in al uw woonplaatsen’ (Amos 4:6). God vertelt zijn volk duidelijk dat Hij op het punt staat een economische klap toe te dienen in hun midden: ’En Ik, Ik heb u de regen onthouden, toen het nog drie maanden vóór de oogst was; en Ik liet het regenen op de ene stad, maar op de andere stad liet Ik het niet regenen; de ene akker werd beregend, en de andere, waarop geen regen viel, droogde uit’ (Amos 4:7). De Heer heeft duidelijk de controle over iedere weersomstandigheid, goed of slecht.

’En twee, drie steden wankelden naar één stad om water te drinken, maar zij werden niet verzadigd’ (Amos 4:8). God heeft de controle over periodes van droogte. En op dit ogenblik moeten gehele staten water rantsoeneren, dankzij ernstige tekorten. ’Ik heb u geslagen met brandkoren en met honigdauw, uw hoven en wijngaarden heb Ik doen verdorren; uw vijgebomen en olijfbomen vrat de sprinkhaan op’ (Amos 4:9. In de afgelopen maanden is er in New York een invasie geweest van Japanse kevers. Dit ongedierte doet bomen in Central Park afsterven en vernielt zeer grote landerijen van bos in het noorden van de staat.

’Ik heb u gesmeten’ (4:9). Wie is er verantwoordelijk voor al deze dingen? God wil dat het absoluut duidelijk wordt in onze gedachten: Hij staat hier allemaal achter. ’Ik heb onder u de pest gezonden, zoals in Egypte. Ik heb uw jonge manschappen met het zwaard gedood bij het buitmaken van uw paarden. En de stank van uw legerplaats deed Ik opstijgen in uw neus. Toch hebt gij u niet tot Mij bekeerd, luidt het woord des HEREN’ (Amos 4:10).

Zoetsappige grootvader

U kunt me niet vertellen dat de Heer niet achter al de oordelen staat die we verwachten. Vele brengers van God’s Woord stellen God voor als een vriendelijke, zoetsappige grootvader. Natuurlijk, God is vol genade en goedheid. Maar wat deze herders niet begrijpen is dat God’s oordelen juist zijn genade en goedheid zijn. Hij zegt: ’Keer terug naar mij. Ik moest deze kastijdingen zenden om uw natie te zuiveren en om uw aandacht te trekken. U heeft diep gezondigd, u hebt uzelf laten verblinden. Nu is oordeel de enige taal die u zult begrijpen. Dit gaat allemaal om mijn liefde voor u.’

Amos spreekt over God’s oordelen als ’het grote tumult in zijn midden’ (Amos 3:9). Het woord tumult betekent een toestand van verwarring. Met andere woorden, de natie zou veranderen in chaos en wantoestand door grote aanvallen van geweld en verschrikking. ’Ja, zij weten niet van recht doen, luidt het woord des HEREN, zij, die geweld en onderdrukking opstapelen in hun burchten’ (Amos 3:10). Wat bedoelt Amos hier wanneer hij spreekt over burchten? Hij spreekt over wat wij zouden noemen grote ondernemingen of zeer grote corporaties.

Denk eens aan de gebeurtenissen die zich op dit ogenblik in onze natie afspelen. Grote aantallen van de meest gerespecteerde ondernemingen in de geschiedenis worden ontmaskerd vanwege ’diefstal in hun burchten’. Directeuren van ondernemingen waarin iedereen vertrouwen had, hebben hun aandeelhouders bedrogen door leugenachtige boekhoudpraktijken. Zij hebben duizenden werknemers ontslagen. Ondertussen hebben zij kolossale nest-eieren voor henzelf opgebouwd. Zelfs terwijl zij bezig waren anderen te verarmen, waren zij voor hun eigen ontsnapping rijkdom aan het wegleggen.

Leeggeplunderd

Amos verklaart: ’uw burchten worden leeggeplunderd’ (Amos 3:11). Deze eens onwrikbare corporaties gaan nu bankroet. Wall Street schut op zijn grondvesten. Maar als allerergste voorspelt Amos een plaag van angst, vanwege aanvallen van terreur van kust tot kust: ’Daarom, zo zegt de Here HERE: De vijand! En rondom het land! Uw sterkte haalt hij van u neer!’ (3:11). Zou het woord van de profeet nog beter getimed kunnen zijn? Hij waarschuwt: ’Een vijand gaat uw kronen van praal naar beneden halen. Die burchten van macht en rijkdom waar jullie zo trots op waren, zullen neergehaald worden’.

Na dit alles zal een economische leeuw verschijnen, die de rijkdom en de voorspoed van hen zal verslinden die rijk zijn geworden door hun diefstal: ’Zo zegt de HERE: Zoals een herder uit de muil van een leeuw twee schenkels redt of een lapje van een oor, zo zullen de Israëlieten gered worden, zij die daar in Samaria zitten in de hoek van het rustbed en op het zachte kleed van de divan’ (Amos 3:12). Wanneer een leeuw zijn prooi verslindt, eet het door totdat er niets anders meer over is dan gebeente.

Dat is precies wat Amos zegt dat de vijand zal doen met de weelderig levende rijken. Hij zal niets anders overlaten dan kale restantjes van hun op verkeerde manier verkregen rijkdom. Amos vertelt hen: ’U dacht dat u veilig was door de miljoenen die u had weggelegd. Maar een brullende leeuw zal het allemaal verslinden. Wanneer hij klaar is, zal er niets anders over zijn dan een karkas’. Geliefden, dezelfde waarschuwende trompet klinkt in Amerika heden ten dage. Maar erg weinig mensen zijn gealarmeerd.

Hoort en betuigt

De Schrift zegt het oordeel begint in het huis van God. Inderdaad, voordat de Heer enige natie zal treffen, zal Hij zijn toorn in zijn kerk openbaren: ’Hoort, en betuigt aan het huis van Jakob. Voorwaar, ten dage dat Ik Israël’s overtredingen aan hem bezoek, zal Ik ook bezoeking doen aan Pedels altaren’ (Amos 3:14). Het huis van Jacob vertegenwoordigt hier de kerk, God’s volk.

Denk eens aan wat Amos heeft geprofeteerd tot dit punt: God zou zeer zeker iedere natie oordelen die zijn rug naar hem zou toekeren. Hij zou toestaan dat boosaardige tegenstanders die naties zouden plunderen en terroriseren. En ieder persoon die zich keerde tot goddeloze pleziertjes en losbandigheid zou vernederd en omlaag gebracht worden. Maar, temidden van al deze dingen was God nog steeds voornamelijk bezorgd om zijn kerk. Hij was altijd al bewogen met zijn volk, met hen die zich noemden met zijn naam.

Het doet er niet toe of onze regering God’s Naam van onze munten verwijdert, van onze gerechtshoven, onze scholen en van onze openbare verzamelplaatsen. Geen van deze dingen bedroeft de Heer zo erg als de vuiligheid die in zijn kerk plaatsvindt. God lacht om de stupide pogingen van de goddelozen om hem uit de maatschappij te verwijderen. De dag van hun oordeel is al begonnen. Zelfs nu worden ze getroffen door zijn toorn. Maar de mensen die God het meest bedroeven zijn zijn eigen huisgezin. Hij is diep gewond door het lage gedrag van zijn kinderen.

De Heer richtte nu zijn aandacht op wat er gebeurde bij de altaren van Israël. De naam Bethel betekent: ’Huis van God, plaats van zuivere aanbidding’. Eens werd er gezegd van deze altaren: ’De Heer is in deze plaats’ (Genesis 28:16). Inderdaad, Jacob noemde Bethel een vreeswekkende plaats (zie 28:17). Hiermee bedoelde hij een plaats van ontzag, omdat God zijn tegenwoordigheid daar manifesteerde.

Bethel

Bethel was de plek waar Jacob het visioen had van de ladder die zich opwaarts naar de hemel strekte. Het was een heilige plaats van aanbidding, waar God hen ontmoette die hem in zuiverheid zochten. Vaak in het leven van Israël verwees de Heer naar zichzelf als naar ’de God van Bethel’. En op een zeker moment instrueerde Hij Jacob om naar Bethel terug te keren om daar de altaren te herstellen.

In het kort, God vertelde Israël: ’Ik sta op het punt uw verdorven natie te oordelen. De wereld zal sidderen vanwege de oorlog en het geweld dat op u zal komen. Ik zal overstromingen zenden, droge periodes, de pest, vervloekingen van schimmelziektes. Uw economie zal kapot gaan, uw rijkdom verslonden worden. Maar, tegelijkertijd als ik deze dingen doe, zal ik ook Bethel bezoeken. Ik zal mijn oordeel uitgieten op mijn volk omdat zij mijn altaren hebben verdorven. Ik zal hen straffen om hun corrupte aanbidding.’

Dit is eerder gebeurd in Bethel. Toen Jerobeam koning werd, bedierf hij de aanbidding daar: ’de koning maakte twee gouden kalveren, en zeide tot het volk: Dit zijn uw goden. Hij stelde het ene op te Bethel en het andere plaatste hij te Dan. En dit werd een oorzaak tot zonde. Zelfs was het volk voor het ene (beeld) uitgelopen tot Dan toe. En stelde priesters aan uit alle kringen van het volk, die niet tot de Levieten behoorden’ (1 Koningen 12:28-31).

Afgodsbeelden

Ten eerste richtte Jerobeam afgodsbeelden op in de plaatsen van aanbidding. Toen nam hij het criminele deel van de maatschappij, mensen die geen hart voor God hadden, en noemde ze priesters. Israël’s aanbidding was volledig bedorven, omdat het uit slechte, zondige harten kwam. Daarom verachtte God Bethel als een plaats van vermenging vanaf de regering van Jerobeam tot aan de dagen van Amos. Hij haalde het altaar daar neer, en liet er niets van over.

Heden ten dage is er nog steeds een geest van Bethel in de kerk. Er is een geestelijke conditie van terugval. En zijn belangrijkste thema is een aanbidding van vermenging met het doel grote menigtes mensen aan te trekken. Het is naar buiten toe een vleselijke show, vol van spanning en uitgelatenheid. Maar het is totaal zonder enige heiligheid. En velen worden er in deze laatste dagen door verstrikt. Hoe meer dat de mensen geloven dat deze aanbidding van God is, hoe meer verblind ze worden.

De Heer is vastbesloten om het allemaal te oordelen. Hij waarschuwt: ’Als je je bezig houdt met deze corrupte aanbidding, ben je je zonden alleen maar aan het vermeerderen.’ Weer drong God erop aan: ’Ontsteekt een lofoffer van het gezuurde en roept vrijwillige offers uit; doet het horen!’ (Amos 4:5). Waarom zei Hij dit? Omdat de wet verbood dat gezuurde lofoffers met vuur verbrand zouden worden (zie Lev. 2:11). Bovendien was gezuurd brood alleen bedoeld voor priesters.

Evenzo moest ieder dankoffer van brood zijn: ’ongezuurde koeken met olie aangemaakt, en ongezuurde dunne koeken, met olie bestreken’ (7:12). Deze ongezuurde offers waren allemaal als toelichting bedoeld. Zij betekende lofprijs, dat zuiver was. Door de Schriften heen wordt zuurdeeg gezien als een soort zondig vlees. Het werd soms gebruikt om naar melaatsheid te verwijzen. ’Uw lofoffers zijn vol vlees. Ik zal alleen die offers accepteren die geheiligd zijn, geofferd door schone handen en zuivere harten. Er kan geen zuurdeeg, geen vleselijke toegeeflijkheid zijn in mijn aanwezigheid.’

’Wie mag de berg des HEREN beklimmen, wie mag staan in zijn heilige stede? Die rein is van handen en zuiver van hart, die zijn ziel niet op valsheid richt, noch bedrieglijk zweert.’ (Psalmen 24:3-4).

Populair

Aan de buitenkant waren de Bethel aanbidders erg religieus. Zij offerden ijverig iedere morgen. En ze waren getrouw in het geven van de tiende en de gaven. Eens temeer drong God er bij hen op aan: ’Brengt des morgens uw slachtoffers, op de derde dag uw tienden!’ (Amos 4:4). Hij zag dat deze mensen iedere dag begonnen met lofprijs en aanbidding. Ze waren vrolijk als ze naar hun erediensten gingen. Het gaan naar Bethel om te aanbidden werd zo populair dat het zich uitbreidde naar steden in de omtrek, van Bethel naar Gilgal tot Bersheba.
Maar de Heer waarschuwde hen allen: ’Zoek niet Bethel, noch Gilgal, en ga niet naar Bersheba. Het zal tot niets worden’ (5:5). God stond op het punt het allemaal neer te halen. Hij zou al hun gezuurde offers van prijs en aanbidding verteren. Waarom? Omdat de mensen: ’de gerechtigheid ter aarde nederwerpen!’ (Amos 5:7).

God heeft nog steeds een heilig, afgescheiden overblijfsel van wie de lofoffers zuiver zijn. Deze vrome heiligen zijn niet bevangen door wereldse doeleinden. Hun aanbidding heeft het geluid van machtige waterstromen. En zij hebben een gebroken hart voor de Heer en een heilige eerbied voor Hem. Uit zulke eerbied komen glorievolle uitroepen van lof.
Maar grote menigtes in de kerk zijn altijd op zoek naar iets nieuws. Ze willen nieuwe en opwindende manieren om God te aanbidden. Dus zoeken zij Bethel-altaren uit, waar de lofprijs luid en vrolijk klinkt. Maar de aanbidding in deze plaatsen wordt niet geleid door mensen die huilen over de zonden in God’s huis. Hun lofprijs kan dan wel uitbundig en kleurvol zijn. Maar er is geen echte aanwezigheid van Christus. En er is geen bescherming tegen de leugen van het vlees.

Het was waarschijnlijk spannend om deel te nemen aan de lofprijsdiensten in Bethel. Maar die aanbidders hadden geen hart voor de dingen van God. Zij hielpen niet de armen noch maakten zij zich druk om de behoeftigen. In plaats daarvan was hun lofprijs vol vlees en zuurdeeg. Amos waarschuwde: ’Zoekt de HERE opdat Hij niet vare als een vuur in het huis van Jozef’ (Amos 5:6). Laat mij evenzo deze waarschuwing geven van de Heer: Preekt uw voorganger niet een woord dat zonde blootlegt, is er geen oproep tot bekering en berouw, geen waarschuwing om de zonde achterwege te laten? Dan bent u waarschijnlijk een Bethel-altaar aan het aanbidden. En dan bent u in groot gevaar om bedrogen uit te komen.

Ontredderend woord

God verklaarde: ’Ik zal ook bezoeking doen aan Betels altaren, zodat de altaarhoornen afgehouwen worden en ter aarde vallen’ (Amos 3:14). Dit was een ontredderend woord. In het Oude Testament had het houten altaar in de tempel vier uitgesneden horens aan zijn hoeken. Deze horens waren overdekt met koper en waren in de vorm van de horen van een ram. De horens vertegenwoordigden het recht van toevluchtsplaats. Door zich hier aan vast te houden, plaatste een overtreder zich onder de bescherming van God’s reddende, behoudende genade. Als een jonge man hoorde ik vele vrome oude mannen zeggen: ’Ik ben veilig, Heer. Ik heb beslag gelegd op de horens van het altaar.’

We zien dit soort van toevlucht geïllustreerd in het leven van David’s zoon Adonia. Deze rebelse man had geprobeerd de troon van Israël te roven. Maar David’s andere zoon, Salomo, gaf een doodvonnis uit voor Adonia. In paniek rende Adonia naar de tempel en greep de horens van het altaar. Zijn leven werd gespaard. Nu vertelde God aan Amos dat Hij deze ontzagwekkende horens van bescherming zou afsnijden. De Heer zou de horens van het altaar afhouwen en ze op de grond neerwerpen. Dit betekent dat de mensen niet langer onder zijn bescherming zouden staan. In plaats daarvan zouden ze open staan voor grote leugens. Zij zouden geen beveiliging hebben tegen valse doctrines of valse aanbidding.

In Afrika komen grote menigtes van mensen van over de hele wereld om een man te horen die claimt dat God hem profetieën gaf in de schoot van zijn moeder. Amerikanen in het bijzonder reizen bij honderden om een ’persoonlijke profetie’ te horen van deze man. Maar de boodschap is volkomen onbijbels en godslasterlijk. Deze onwijze zoekers zijn verstrikt door een leugen.

In een Balkan-staat claimt een profetes mensen te leiden in tripjes naar de hel. De vrouw was eens een heks, en ze zegt dat ze eens zelf in de hel was. Ze instrueert mensen op de vloer te liggen en hun geest los te laten, terwijl zij hen leidt in een denkbeeldig tripje met wat zij zelf ervaarde. Mensen lopen in grote getale naar haar toe voor de ervaring. Maar het is allemaal onbijbels, een totale toestand van verwarring. Inderdaad, er is iets duivels dat achter dit werk schuilgaat.

In Brazilië belooft een evangelist om kanker in mensen te genezen voor duizend dollar. Hij doet ook aan duivel-uitdrijving tegen betaling. Hij heeft een grote schare volgelingen gekregen, en hij wordt rijk door wat hij zegt dat zijn gaven zijn. Toch is het volkomen onbijbels, een totale leugen.

Leugenachtige evangeliën

Amerika zelf is ’s werelds ergste brutale verkoper geworden van leugenachtige evangeliën. Hoe dit mogelijk is? Christenen zijn bijbels-ongeletterd geworden. Zij nemen niet meer de moeite om God’s Woord te bestuderen. Zij zijn niet bereid om te vasten of tijd in gebed door te brengen. In plaats daarvan rennen ze nu weer hier en dan weer daar heen, terwijl ze het vlees koesterende onderwijs uitzoeken van de een of andere evangelist die compromieën sluit met de wereld.

Hoe zouden grote menigtes van mensen kunnen vallen voor zulke leugens? Hoe zouden ze zo gemakkelijk op een zijweg kunnen geleid worden? Hoe werden deze massa’s van mensen zo blind voor valse werken van het vlees? Amos vertelt ons waarom: hun beschermende muren zijn neergehaald, vanwege zonde. God heeft de horens van het altaar verwijderd. En de mensen hebben al hun onderscheidingsvermogen verloren. Zulke gelovigen zullen onder de eersten zijn die de antichrist omarmen.

’In alle wijngaarden (kerken) zal gejammer zijn: want Ik zal door u heen gaan, zegt de Heer. Wee hun, die verlangen naar de dag des HEREN! Wat toch zal de dag des HEREN voor u zijn? Duisternis is hij, en geen licht! Ik veracht uw feesten, en kan uw samenkomsten niet luchten. Ja, als gij Mij brandoffers brengt, en uw spijsoffers, heb Ik daaraan geen welgevallen. Doe van Mij weg het getier van uw liederen, het getokkel van uw harpen wil Ik niet horen. Maar laat het recht als water golven, en gerechtigheid als een immer vloeiende beek’ (Amos 5:17-24).

God’s boodschap is duidelijk: totdat zijn rechtvaardigheid in ons midden begint te stromen, onze harten schoonmakend, zullen we niet in staat zijn Hem een echt aanbiddingsoffer te geven. Lofprijs die komt van harten die gevuld zijn met lust en begeerte zijn alleen maar lawaai in zijn oren. Hij wil niet de aanbidding accepteren van hen die alleen plezier zoeken of weigeren anderen te vergeven.

Temidden van al deze profetische waarschuwingen geeft Amos dit woord van hoop: ’Zoekt het goede en niet het kwade, opdat gij leeft en aldus de HERE, de God der heerscharen, met u zij, gelijk gij zegt. Haat het kwade en hebt het goede lief, en houdt het recht hoog in de poort; misschien zal de HERE, de God der heerscharen, Jozefs rest genadig zijn’ (Amos 5:14-15).
Ik dring er bij u op aan de boodschap van Amos nauwlettend in acht te nemen. Zoek de Heer met uw gehele hart. Sta uzelf toe geoordeeld te worden door zijn Woord. Belijd uw zonden en laat ze achterwege. Dan zal God u zegenen met onderscheidingsvermogen. U zult weten of u aan het aanbidden bent bij een Bethel-altaar. En u zult in staat zijn hem te aanbidden in Geest en waarheid.

Bron : David Wilkerson – Vertaling : Onbekend (© World Challenge, Lindale, Texas, USA) Geplaatst op 2009-03-28

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s