De Grote Cholesterol Fabel

Pharmageddon

Cholesterol veroorzaakt geen hart- en vaatziekten. Cholesterol is zo belangrijk dat als we minder cholesterol eten de lever meer cholesterol maakt. Lees over de werkelijke oorzaak van hart- en vaatziekte en hoe u het risico hierop kunt berekenen.

Uit cholesterolonderzoek verkeerde conclusies getrokken

Al meer dan 50 jaar wordt een te hoog cholesterol gezien als een risico factor voor hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit nieuw onderzoek een fabel te zijn. (pdf) De World Health Organization heeft in de wereldwijde MONICA studie onderzocht of er een relatie was tussen het cholesterolniveau en het risico om aan een hart- en vaatziekte te overlijden. De conclusie was duidelijk, er was geen enkel verband.

Cholesterol wordt nu niet meer als risico factor voor hart- en vaatziekten gezien

Het is nu dan ook algemeen geaccepteerd dat de studies die in de 60er jaren werden uitgevoerd, waarin werd geconcludeerd dat cholesterol een risico factor was voor hart- en vaatziekten, niet goed zijn uitgevoerd waardoor verkeerde conclusies zijn getrokken.

Het is dan ook vreemd dat organisaties zoals bijvoorbeeld het Voedingscentrum nog steeds vasthouden aan het idee dat cholesterol een risico factor is voor hart- en vaatziekten.

Cholesterol is eigenlijk een heel belangrijke bouwstof voor het lichaam

Over cholesterol wordt heel veel onzin beweerd. Het klinkt daarom misschien vreemd maar cholesterol is voor de mens een onmisbare stof. Het wordt voor de productie van celmembranen, vitamine D, geslachts- en bijnierhormonen en galzuren gebruikt. Cholesterol is zo belangrijk dat als we minder cholesterol eten het lichaam gewoon extra cholesterol maakt. Het omgekeerde gebeurt ook, als we meer cholesterol binnen krijgen via voeding maakt het lichaam zelf minder cholesterol.

Lees verder bij Orthomoleculaire geneeskunde

Veel gedwongen verhuizingen door sluiting AWBZ-locaties

Veel instellingen in de gehandicaptenzorg gaan reorganiseren. Onlangs deden Ieder(in), het Landelijk steunpunt medezeggenschap (LSR) en ouderorganisatie Kansplus een oproep aan cliënten(raden) en familie om hun ervaringen hiermee te melden. Hierop hebben 130 mensen gereageerd. Veel mensen melden gedwongen verhuizingen en  verschraling van het aanbod. Opvallend is dat slechts bij 25% van de reorganisaties de cliëntenraad betrokken is geweest.

Dit laatste is zeer opmerkelijk. Want reorganisatieplannen moeten altijd aan een cliëntenraad worden voorgelegd. De cliëntenraad heeft hierbij adviesrecht. Overigens melden cliëntenraden soms ook dat ze niet goed worden geïnformeerd, waardoor ze niet in staat zijn advies te geven.

Gedwongen verhuizing
52 mensen meldden de sluiting van een locatie, afdeling of woning. In bijna alle gevallen is daarbij sprake van de gedwongen verhuizing van cliënten. De impact hiervan op deze cliënten en hun familie is groot.

Gert Rebergen, directeur van Ieder(in): “Er zijn meldingen over meervoudig gehandicapte cliënten die hun huis kwijtraken, de vertrouwde dagbesteding, hun vrije tijdsbesteding én hun sociale contacten. Hun ouders – vaak al op leeftijd – zijn in paniek. Wat moet er van hun kind terecht komen na de verhuizing? Alles wat in de loop der tijd is opgebouwd komt op losse schroeven te staan. Bovendien zal mantelzorgen door de afstand veel moeilijker worden.”

Verminderde kwaliteit
Een derde van de meldingen betreft een verschraling van aanbod en een daling van de kwaliteit van zorg. Hierbij gaat het onder meer om grotere groepen op de dagbesteding, minder mogelijkheden om te logeren, minder personeel en dus ook minder begeleiding. Verder meldt één op de tien mensen dat de ambulante begeleiding dreigt te vervallen

Rol instellingen
Jasper Boele, directeur van de LSR, zegt dat de instellingen met de reorganisaties anticiperen op het overheidsbeleid voor de langdurige zorg. Minder mensen komen straks in aanmerking voor AWBZ-zorg. De budgetten krimpen en taken op het gebied van begeleiding worden overgeheveld naar de gemeenten. “Dit is echter geen excuus om de cliëntenraad te passeren, cliënten geen inspraak te geven en mensen te dwingen om te verhuizen. Het is allemaal faliekant in strijd met wat de overheid nastreeft: de participerende cliënt.”

Jo Terlouw, directeur van Kansplus, stelt daarom dat het van zeer groot belang is dat cliëntenraden en familie vroegtijdig worden geraadpleegd over voorgenomen reorganisaties. “Daarbij moet voorop staan dat een goede kwaliteit van leven blijft gegarandeerd. En de keuzes en afwegingen die gemaakt worden bij een voorgenomen reorganisatie, moeten expliciet verantwoord worden.”

Gert Rebergen vat het zo samen: “Cliënten mogen niet aan hun lot worden overgelaten. Ze moeten weten waar ze aan toe zijn en zoveel mogelijk zelf over hun leven kunnen beslissen.”

Aandachtspunten
Op grond van de meldingen geven de organisaties cliëntenraden en cliënten/familie een aantal punten mee waarop ze moeten letten.

Instellingen hebben een zorgplicht voor hun cliënten. Een reorganisatie maakt daar geen einde aan. Dus als een locatie dicht gaat, zal de instelling redelijke alternatieven moeten aandragen. Daarbij hoeft de cliënt niet zomaar het eerste de beste alternatief te accepteren. Kortom, het moet echt gaan om een zorgvuldig proces.
Zie voor meer informatie over de rol van de cliëntenraad Adviseren rond reorganisatie in de zorg voor mensen met een beperking. (PDF)

Voor familie en cliënten is het goed om te weten dat een gedwongen verhuizing altijd voor rekening is van de instelling. Verder is het zaak om altijd schriftelijk vast te leggen wat is overeengekomen: wat gaat wanneer gebeuren en wie draagt de kosten?

Blijf melden!
U kunt nog steeds uw meldingen over reorganisaties doorgeven aan het meldpunt van Ieder(in), LSR en Kansplus. Ga daarvoor naar de vragenlijst.

De meldingen nemen we mee in onze contacten met de Kamer en bewindslieden. Dit heeft er mede toe geleid dat de staatssecretaris twee weken geleden zelf nog eens heeft benadrukt dat reorganisaties niet ten koste mogen gaan van cliënten. En de Kamer heeft ook toegezegd dat ze hierop toe zal zien.

Verder brengt Ieder(in) de meldingen ook ter sprake bij de gesprekken die het ministerie voert met PG-organisaties over de veranderingen in de langdurige zorg.

Bron : Ieder(in)
Zie ook : “Congres over toegang tot AWBZ en Wmo” van 5 april 2013