Het Kalifaat & de volgende “Holocaust”

In onderstaande video wordt de a.s. grote verdrukking, (komende tijd der grote smarten) vlak voor de wederkomst van Christus, gekoppeld aan het huidige herstelde Islamitische Kalifaat van IS. Er is inderdaad een plausibele korrelatie te leggen tussen de vervulling van de Bijbelse profetieën alswel de valse namaak profetieën v/d anti christelijke islam. De kans en realiteit dat het huidige IS kalifaat een vervulling zal worden van de aanstaande wereldwijde terreur wordt steeds groter. Hiernaast zullen er zeker nog andere partijen zijn die onderdeel gaan uitmaken aan de komende tijd der grote smarten. Het zal de volgende en laatste allergrootste Holocaust worden die deze wereld ooit heeft getroffen.

Moslim die lezingen geeft over het Christendom valt keihard door de mand

Deo Volente NL ontmoette Bilal Keizer voor het eerst tijdens een lezing van hem in een moskee in Schiedam. Daarin sprak hij over het Christelijk geloof en hoe dit naar zijn mening is gevormd naar de corrupte leer van Paulus en niet de woorden van Jezus.

De ietwat chaotische maar toch enerverende dialoog is alleen via geluid te volgen, maar ondanks dat zeer zeker de moeite waard om naar te luisteren voor de echte apologeten onder de moslims en Christenen !

Enkele onderwerpen die aan bod kwamen :
– Stierf Jezus voor onze zonden ?
– Paulus tegenstrijdig met Jezus ?
– Is Jezus gekruisigd ?
– Jezus in de Koran en de Bijbel

Bron : Twitter/Youtube

Vervulling Jesaja 24 zeer nabij !

Uw_Woord_Is_Waarheid

1 De HEER verwoest de aarde en slaat haar kaal,
hij ontwricht haar en verstrooit haar bewoners.
2 Priester en volk treft hetzelfde lot,
meester en slaaf,
meesteres en slavin,
verkoper en koper,
wie te leen krijgt en wie te leen geeft,
schuldenaar en schuldeiser.
3 De aarde wordt geheel verwoest
en volkomen leeggeplunderd
– want de HEER heeft aldus gesproken.
4 De aarde treurt en verwelkt,
de wereld verwelkt en kwijnt weg.
Ook de groten der aarde kwijnen weg.
5 De aarde is door haar bewoners ontheiligd:
zij hebben de voorschriften overtreden,
zijn aan de wetten voorbijgegaan
en hebben het eeuwig verbond verbroken.
6 Daarom verslindt een vloek de aarde
en moeten haar bewoners boeten;
daarom wordt hun aantal zo klein
en blijven er nog weinig mensen over.
7 De wijn is verdroogd, de wijnstok kwijnt weg.
De vrolijke feestvierders zuchten.
8 De roffelende trommels zwijgen,
het feestgedruis sterft weg,
de jubelende lier verstomt.
9 Men drinkt de wijn zonder lied,
de drank smaakt de drinker bitter.
10 De stad is één grote woestenij,
de toegang tot ieder huis is versperd.
11 Op straat wordt luid gejammerd om de wijnoogst.
Alle blijdschap is gesmoord,
de vreugde van de aardbodem verdwenen.
12 Wat van de stad rest, is verwoesting,
troosteloos is de vernielde poort.
13 Het zal de aarde en al haar volken vergaan
als bij het leegschudden van een olijfboom,
als bij het nalezen van een wijngaard.

W E T T E L O O S H E I D

In het laatst der dagen zal de Wetteloosheid schribarend toenemen !

Definitie:

Het Griekse woord voor wetteloos is anomos, dat is afgeleid van nomos = wet. Anomia is wetteloosheid.

In de Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, is het gewoonlijk de vertaling vanrasha = wetteloos en risha = wetteloosheid. Uitzonderingen zijn het boek Spreuken, waarrasha ook vaak is vertaald met asebès (goddeloos) en asebeia (goddeloosheid), en in omgekeerde zin de profeten (vooral Jesaja en Ezechiël), waar anomos en anomia ook vaak de vertaling zijn van woorden met betekenissen als zonde, ongerechtigheid, overtreding, enz.

Achtergrond:

In het OT duidt ‘wetteloos’ op het overtreden van Gods Wet.; daarmee is het vrijwel synoniem met goddeloos. Een ‘wetteloze’ stoort zich niet aan Gods geboden en leeft naar eigen maatstaven. We vinden dit vooral in Psalmen, als de schrijver treurt over wie Gods Wet overtreden, en Spreuken, die ons vermanen dat nu juist niet te doen. En bij de profeten, vooral Jesaja en Ezechiël, die veel hebben te vertellen over de wetteloosheid van het volk die zal leiden tot de ballingschap.

In het NT komt het begrip slechts beperkt voor, maar ook daar vooral voor overtreders van Gods Wet. Soms slaat het echter op heidenen. Niet zozeer omdat zij Gods Wet overtreden, maar omdat zij die niet ‘bezitten’. Paulus’ schrijft: “Ik ben voor hun die onder de wet staan (Joden), geworden als onder de wet om hen, die onder de wet staan, te winnen; hun, die zonder wet (anomos, heidenen) zijn, ben ik geworden als anomos (als heiden) –  hoewel zelf niet anomos (geen heiden) – om hen, die zonder wet (anomos) zijn, te winnen” (1 Kor. 9:20-21, NBG’51). De andere keer dat we het zo vinden, is wanneer Petrus tot de menigte in de tempel zegt dat zij Jezus ‘door heidenen (anomoi) hebben laten kruisigen en doden’ (Hand. 2:23).

Als het over Joden gaat, slaat het steeds op zondaars. De ene keer op zondaars die hun zonde belijden, en daarop vergiffenis ontvangen, de andere keer op mensen die zich aan Gods wetten niets gelegen laten liggen en willens en wetens hun eigen gang gaan, of die alleen maar in uiterlijke schijn godsdienstig zijn: “Zo lijken ook jullie uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting (anomia) zijn” (Matt. 23:28). Als het om de toekomst gaat, spreekt het van geloofsafval: “Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. En doordat de wetteloosheid (anomia) toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen” (Matt 24:11-12). En bij het oordeel beschrijft het hen die daar worden verworpen, als mensen die onvoldoende serieus zijn geweest: “Ik heb u nooit gekend … gij werkers der wetteloosheid” (Matt. 7:23, NBG’51).

En dan is er nog die ‘wetteloze mens’, “die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is” (2 Tess. 2:4, NBG’51). Uit het voorgaande moet duidelijk zijn dat we voor wetteloos óf ‘goddeloos’ moeten lezen, óf ‘heidens’ (of beide). In de werkelijkheid van Paulus dagen was hij de Romeinse keizer (eerst Caligula, later Nero), die als een god aanbeden moest worden, en die daarom het voornemen had een beeld van zichzelf in de tempel te Jeruzalem te laten plaatsen. In Caligula’s dagen had een verstandige Romeinse gouverneur dat weten tegen te houden (vs 6), maar in Nero’s dagen lagen de zaken anders. Dat leidde uiteindelijk tot de Joodse opstand in het jaar 67, die uitliep op de verwoesting van de tempel door de Romeinen in 70. Maar in de symbolische toepassing is hij iedere ‘schijn-gelovige’ die voor zichzelf een ‘beeld’ opricht in de geestelijke tempel (de gemeente) om zo zijn intellect (zijn eigen ideeën) te laten aanbidden boven die van God.

Anomos in de concordantie:

Het Hebreeuwse rasha/risha komt in het OT ruim 260x voor, vooral in Psalmen en Spreuken (ca. 160x), bij de profeten, vooral Ezechiël, (ruim 50x) en Job (26x). In Spreuken is het in de Septuaginta echter maar 10x vertaald met anomos en anomia. Omgekeerd komen deze Griekse woorden in Jesaja en Ezechiël resp. juist vaker voor, als vertaling van andere Hebreeuwse woorden.

In het NT komen anomos en anomia 25x voor. De NBG’51 vertaalt het meestal met iets als wetteloos(heid), maar soms met zonde of ongerechtigheid, en 2x met misdadiger. De NBV vertaalt het gewoonlijk ook zo, maar wat vaker met zonde of zondigen, 2x met onrecht en 1x met heiden.

Anomos – de misdadigers aan het kruis

De twee mannen die met Jezus gekruisigd werden, worden in de verschillende Evangeliën verschillend aangeduid. Matteüs en Markus noemen ze lèstai (rovers, mensen die leven van onrechtmatig verkregen inkomsten), Lukas noemt ze kakourgoi (misda-digers, mensen die slechte dingen doen) en Johannes duidt ze simpelweg aan als ‘anderen’. De Statenvertaling vertaalt lèstai ten onrechte met moordenaars, maar kakourgoi heel letterlijk met ‘kwaaddoeners’. Maar Lukas laat Jezus in de bovenzaal zeggen: “Want Ik zeg u, dat dit woord, dat geschreven is, aan Mij in vervulling moet gaan: En Hij is onder demisdadigers gerekend” (Luk. 22:37, NBG’51). En het woord dat Hij gebruikt is anomos, wat de NBV daarom terecht vertaalt met wettelozen. Jezus citeert hier Jesaja (53:12), die in de Septuaginta letterlijk zo leest. Het Hebreeuws heeft daar pasha = (wets)overtreder. De werkelijkheid was waarschijnlijk dat deze mensen vrijheidsstrijders waren, die in handen van de Romeinen waren gevallen. Maar in het verhaal staan ze model voor de mens die Gods wetten heeft overtreden en daarvoor moet sterven, terwijl die ene mens die nooit Gods geboden heeft overtreden op dezelfde wijze met hen sterft, als was Hij één van hen. Maar die aan zijn rechterhand ontvangt vergiffenis en leven, terwijl die aan zijn linkerhand verloren gaat (vgl. Matt. 25:34,41).

David Wilkerson – God waarschuwt, maar niemand lijkt gealarmeerd

Ingezonden door Jessica

De Amerikaanse pinksterpredikant David Wilkerson kwam in 2009 met een ‘dringende boodschap, namelijk dat er zich binnen niet al te lange tijd een ramp zou gaan voltrekken op aarde. Die boodschap trok ruime aandacht. Aanvankelijk volgde bijval, maar later kwam er ook kritiek. In bijgaand artikel laat Wilkerson, aan de hand van een aantal teksten uit het bijbelboek Amos, nogmaals een ernstige waarschuwing horen aan het adres van Amerika. Maar de boodschap is evenzeer van toepassing op Nederland, Europa en op veel westerse christenen.

Van al de profeten van het Oude Testament spreekt Amos het meest duidelijk tot onze tijd. De profetie die hij uitspreekt richt zich op onze generatie alsof deze van de koppen van hedendaagse kranten was afgescheurd. Inderdaad is de profetie van Amos tweeledig bedoeld. Hij was niet alleen voor God’s mensen in zijn tijd bedoeld, maar ook voor de kerk nu, in onze tijd. Amos beschreef God als een brullende leeuw die klaar stond om Israël te treffen met zijn oordeel: ‘De leeuw heeft gebruld, – wie zou niet vrezen? De Here HERE heeft gesproken, – wie zou niet profeteren?’ (Amos 3:8). De profeet verklaarde: ”God is opgestaan als een brullende leeuw, klaar om zijn prooi aan te vallen. En wanneer ik deze leeuw hoor brullen, moet ik waarschuwen.”

Wakker schudden

De Heer gebruikte Amos om Israël wakker te schudden. Wat was zijn boodschap? God stond op het punt zijn volk te oordelen vanwege hun overweldigende slechtheid en corruptie.Natuurlijk oordeelt de Heer nooit een volk zonder eerst profetische stemmen op te wekken om hen te waarschuwen. ’Voorzeker, de Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Amos 3:7). Nu voelde Amos zich gedwongen te spreken omdat hij de wolk zag naderen van oordeel: ’Wordt de bazuin in een stad geblazen, zonder dat de inwoners opschrikken? Geschiedt er een ramp in een stad, zonder dat de HERE die bewerkt?’ (Amos 3:6). Van de boodschap van Amos hier krijgt men het koud: God heeft een boodschap van waarschuwing laten klinken aan zijn kinderen. Maar niemand is gealarmeerd.

Juist nu willen weinigen iets te maken hebben met een boodschap die over oordeel gaat. Onze natie ís al gevuld met angst. We verwachten dat een andere terrorist ieder moment zal toeslaan. En de economie ziet er magerder dan ooit uit. Mensen zeggen: ”Ik kan er niet nog meer bij hebben.” Maar de Heer spreekt wanneer Hij wil. En zijn Geest voorziet ons van kracht om zijn Woord te horen, zoals dat gesproken wordt door zijn gezalfde dienaren. Onze Heer zal trouw alle kracht geven aan zijn volk die zij nodig hebben om te kunnen verduren wat er ook maar zou kunnen gebeuren.

Heidenvolken

Toen Amos profeteerde, richtte hij zich tot de heidenvolken die Jeruzalem omringden. Zeker zouden deze heidenen onder God’s oordeel vallen. Zij waren bezig de grensstreken van Israël te stelen, oorlog met hen te voeren en hun kinderen te vermoorden. Toch zegt Amos nu: ’Hoort dit woord, dat de HERE over u spreekt, gij Israëlieten’ (Amos 3:1). Het gebrul van de leeuw was tegen Israël zelf. ’De leeuw heeft gebruld, – wie zou niet vrezen? De Here HERE heeft gesproken, – wie zou niet profeteren?’ (Amos 3:8).

God’s volk stond op het punt geoordeeld te worden omdat ze de zuivere aanbidding van de Heer vervuilden: ’U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken’ (Amos 3:2). Er is een goddelijke wet die zich door de Schriften heen doet echoën. Deze zegt, in wezen: ’Hoe groter de mate van genade die aan een volk is toegedeeld, hoe groter ook het oordeel dat zal vallen op dat volk, als God’s genade wordt veracht’. Als een volk veel waarheid is gegeven, zijn zij ook meer verantwoordelijk. En als ze die waarheid vervuilen, zal hun oordeel verdubbeld worden.

Juist nu is God zeker Amerika aan het oordelen vanwege zijn slechtheid. Ik denk aan al de manieren waarop onze natie Zijn naam heeft verwijderd uit het openbare leven. Toen ik opgroeide, leerde ik dat Amerika een christelijke natie was, gesticht door vrome mannen die vrijheid zochten om de Heer in waarheid te aanbidden. Natuurlijk, Zuid-Afrika en andere naties claimen van dezelfde oorsprong te zijn.

Amerika gezegend

Ik twijfel er niet aan dat God zekere naties zoals Amerika heeft gezegend om te helpen de wereld te evangeliseren. Toen deze natie in zijn kinderschoenen stond, zond het van alle volken de meeste zendelingen uit. Amerika zond herders, leraren en evangelisten uit over de hele aardbol. Ondertussen hield een heilig volk in de thuishaven de vloed van slechtheid tegen. Vrome leiders, toegewijde predikers en ijverige kerkelijke bijeenkomsten stonden op om de naam van de Heer te eren. Maar de slechtheid begon de overheid te krijgen. God’s naam werd bespot. En onze natie ging als een gek aan achter het najagen van plezier.

We keerden ons naar idolen van rijkdom, voorspoed, materiële winst. En we verloren snel onze ijver en medelijden voor de verlorenen. Nu zijn we niet langer een grote, zendelingen uitzendende natie. In plaats daarvan exporteren we nu een evangelie van welvaart en begeerte. In zijn grote liefde en wijsheid heeft de Heer geprobeerd onze natie te zuiveren met zeer harde kastijdingen. Hij heeft periodes toegestaan van droogte, overstromingen, financiële catastrofes, tornado’s, orkanen, drastische weersveranderingen. Hij laat de trompet luid klinken. Maar niemand is gealarmeerd. Vele brengers van het Woord claimen: ”God is niet zo. Hij staat niet achter enige van deze tragedies. Die zijn allemaal het werk van de duivel.”

Ze vermoeien mij

Ik kan u niet vertellen hoezeer deze predikers mij vermoeien. Zij kennen hun Bijbel niet. Kijkt u eens naar het volgende woord van Amos: ’Ik echter, Ik heb u gegeven reinheid van tanden in al uw steden en broodgebrek in al uw woonplaatsen’ (Amos 4:6). God vertelt zijn volk duidelijk dat Hij op het punt staat een economische klap toe te dienen in hun midden: ’En Ik, Ik heb u de regen onthouden, toen het nog drie maanden vóór de oogst was; en Ik liet het regenen op de ene stad, maar op de andere stad liet Ik het niet regenen; de ene akker werd beregend, en de andere, waarop geen regen viel, droogde uit’ (Amos 4:7). De Heer heeft duidelijk de controle over iedere weersomstandigheid, goed of slecht.

’En twee, drie steden wankelden naar één stad om water te drinken, maar zij werden niet verzadigd’ (Amos 4:8). God heeft de controle over periodes van droogte. En op dit ogenblik moeten gehele staten water rantsoeneren, dankzij ernstige tekorten. ’Ik heb u geslagen met brandkoren en met honigdauw, uw hoven en wijngaarden heb Ik doen verdorren; uw vijgebomen en olijfbomen vrat de sprinkhaan op’ (Amos 4:9. In de afgelopen maanden is er in New York een invasie geweest van Japanse kevers. Dit ongedierte doet bomen in Central Park afsterven en vernielt zeer grote landerijen van bos in het noorden van de staat.

’Ik heb u gesmeten’ (4:9). Wie is er verantwoordelijk voor al deze dingen? God wil dat het absoluut duidelijk wordt in onze gedachten: Hij staat hier allemaal achter. ’Ik heb onder u de pest gezonden, zoals in Egypte. Ik heb uw jonge manschappen met het zwaard gedood bij het buitmaken van uw paarden. En de stank van uw legerplaats deed Ik opstijgen in uw neus. Toch hebt gij u niet tot Mij bekeerd, luidt het woord des HEREN’ (Amos 4:10).

Zoetsappige grootvader

U kunt me niet vertellen dat de Heer niet achter al de oordelen staat die we verwachten. Vele brengers van God’s Woord stellen God voor als een vriendelijke, zoetsappige grootvader. Natuurlijk, God is vol genade en goedheid. Maar wat deze herders niet begrijpen is dat God’s oordelen juist zijn genade en goedheid zijn. Hij zegt: ’Keer terug naar mij. Ik moest deze kastijdingen zenden om uw natie te zuiveren en om uw aandacht te trekken. U heeft diep gezondigd, u hebt uzelf laten verblinden. Nu is oordeel de enige taal die u zult begrijpen. Dit gaat allemaal om mijn liefde voor u.’

Amos spreekt over God’s oordelen als ’het grote tumult in zijn midden’ (Amos 3:9). Het woord tumult betekent een toestand van verwarring. Met andere woorden, de natie zou veranderen in chaos en wantoestand door grote aanvallen van geweld en verschrikking. ’Ja, zij weten niet van recht doen, luidt het woord des HEREN, zij, die geweld en onderdrukking opstapelen in hun burchten’ (Amos 3:10). Wat bedoelt Amos hier wanneer hij spreekt over burchten? Hij spreekt over wat wij zouden noemen grote ondernemingen of zeer grote corporaties.

Denk eens aan de gebeurtenissen die zich op dit ogenblik in onze natie afspelen. Grote aantallen van de meest gerespecteerde ondernemingen in de geschiedenis worden ontmaskerd vanwege ’diefstal in hun burchten’. Directeuren van ondernemingen waarin iedereen vertrouwen had, hebben hun aandeelhouders bedrogen door leugenachtige boekhoudpraktijken. Zij hebben duizenden werknemers ontslagen. Ondertussen hebben zij kolossale nest-eieren voor henzelf opgebouwd. Zelfs terwijl zij bezig waren anderen te verarmen, waren zij voor hun eigen ontsnapping rijkdom aan het wegleggen.

Leeggeplunderd

Amos verklaart: ’uw burchten worden leeggeplunderd’ (Amos 3:11). Deze eens onwrikbare corporaties gaan nu bankroet. Wall Street schut op zijn grondvesten. Maar als allerergste voorspelt Amos een plaag van angst, vanwege aanvallen van terreur van kust tot kust: ’Daarom, zo zegt de Here HERE: De vijand! En rondom het land! Uw sterkte haalt hij van u neer!’ (3:11). Zou het woord van de profeet nog beter getimed kunnen zijn? Hij waarschuwt: ’Een vijand gaat uw kronen van praal naar beneden halen. Die burchten van macht en rijkdom waar jullie zo trots op waren, zullen neergehaald worden’.

Na dit alles zal een economische leeuw verschijnen, die de rijkdom en de voorspoed van hen zal verslinden die rijk zijn geworden door hun diefstal: ’Zo zegt de HERE: Zoals een herder uit de muil van een leeuw twee schenkels redt of een lapje van een oor, zo zullen de Israëlieten gered worden, zij die daar in Samaria zitten in de hoek van het rustbed en op het zachte kleed van de divan’ (Amos 3:12). Wanneer een leeuw zijn prooi verslindt, eet het door totdat er niets anders meer over is dan gebeente.

Dat is precies wat Amos zegt dat de vijand zal doen met de weelderig levende rijken. Hij zal niets anders overlaten dan kale restantjes van hun op verkeerde manier verkregen rijkdom. Amos vertelt hen: ’U dacht dat u veilig was door de miljoenen die u had weggelegd. Maar een brullende leeuw zal het allemaal verslinden. Wanneer hij klaar is, zal er niets anders over zijn dan een karkas’. Geliefden, dezelfde waarschuwende trompet klinkt in Amerika heden ten dage. Maar erg weinig mensen zijn gealarmeerd.

Hoort en betuigt

De Schrift zegt het oordeel begint in het huis van God. Inderdaad, voordat de Heer enige natie zal treffen, zal Hij zijn toorn in zijn kerk openbaren: ’Hoort, en betuigt aan het huis van Jakob. Voorwaar, ten dage dat Ik Israël’s overtredingen aan hem bezoek, zal Ik ook bezoeking doen aan Pedels altaren’ (Amos 3:14). Het huis van Jacob vertegenwoordigt hier de kerk, God’s volk.

Denk eens aan wat Amos heeft geprofeteerd tot dit punt: God zou zeer zeker iedere natie oordelen die zijn rug naar hem zou toekeren. Hij zou toestaan dat boosaardige tegenstanders die naties zouden plunderen en terroriseren. En ieder persoon die zich keerde tot goddeloze pleziertjes en losbandigheid zou vernederd en omlaag gebracht worden. Maar, temidden van al deze dingen was God nog steeds voornamelijk bezorgd om zijn kerk. Hij was altijd al bewogen met zijn volk, met hen die zich noemden met zijn naam.

Het doet er niet toe of onze regering God’s Naam van onze munten verwijdert, van onze gerechtshoven, onze scholen en van onze openbare verzamelplaatsen. Geen van deze dingen bedroeft de Heer zo erg als de vuiligheid die in zijn kerk plaatsvindt. God lacht om de stupide pogingen van de goddelozen om hem uit de maatschappij te verwijderen. De dag van hun oordeel is al begonnen. Zelfs nu worden ze getroffen door zijn toorn. Maar de mensen die God het meest bedroeven zijn zijn eigen huisgezin. Hij is diep gewond door het lage gedrag van zijn kinderen.

De Heer richtte nu zijn aandacht op wat er gebeurde bij de altaren van Israël. De naam Bethel betekent: ’Huis van God, plaats van zuivere aanbidding’. Eens werd er gezegd van deze altaren: ’De Heer is in deze plaats’ (Genesis 28:16). Inderdaad, Jacob noemde Bethel een vreeswekkende plaats (zie 28:17). Hiermee bedoelde hij een plaats van ontzag, omdat God zijn tegenwoordigheid daar manifesteerde.

Bethel

Bethel was de plek waar Jacob het visioen had van de ladder die zich opwaarts naar de hemel strekte. Het was een heilige plaats van aanbidding, waar God hen ontmoette die hem in zuiverheid zochten. Vaak in het leven van Israël verwees de Heer naar zichzelf als naar ’de God van Bethel’. En op een zeker moment instrueerde Hij Jacob om naar Bethel terug te keren om daar de altaren te herstellen.

In het kort, God vertelde Israël: ’Ik sta op het punt uw verdorven natie te oordelen. De wereld zal sidderen vanwege de oorlog en het geweld dat op u zal komen. Ik zal overstromingen zenden, droge periodes, de pest, vervloekingen van schimmelziektes. Uw economie zal kapot gaan, uw rijkdom verslonden worden. Maar, tegelijkertijd als ik deze dingen doe, zal ik ook Bethel bezoeken. Ik zal mijn oordeel uitgieten op mijn volk omdat zij mijn altaren hebben verdorven. Ik zal hen straffen om hun corrupte aanbidding.’

Dit is eerder gebeurd in Bethel. Toen Jerobeam koning werd, bedierf hij de aanbidding daar: ’de koning maakte twee gouden kalveren, en zeide tot het volk: Dit zijn uw goden. Hij stelde het ene op te Bethel en het andere plaatste hij te Dan. En dit werd een oorzaak tot zonde. Zelfs was het volk voor het ene (beeld) uitgelopen tot Dan toe. En stelde priesters aan uit alle kringen van het volk, die niet tot de Levieten behoorden’ (1 Koningen 12:28-31).

Afgodsbeelden

Ten eerste richtte Jerobeam afgodsbeelden op in de plaatsen van aanbidding. Toen nam hij het criminele deel van de maatschappij, mensen die geen hart voor God hadden, en noemde ze priesters. Israël’s aanbidding was volledig bedorven, omdat het uit slechte, zondige harten kwam. Daarom verachtte God Bethel als een plaats van vermenging vanaf de regering van Jerobeam tot aan de dagen van Amos. Hij haalde het altaar daar neer, en liet er niets van over.

Heden ten dage is er nog steeds een geest van Bethel in de kerk. Er is een geestelijke conditie van terugval. En zijn belangrijkste thema is een aanbidding van vermenging met het doel grote menigtes mensen aan te trekken. Het is naar buiten toe een vleselijke show, vol van spanning en uitgelatenheid. Maar het is totaal zonder enige heiligheid. En velen worden er in deze laatste dagen door verstrikt. Hoe meer dat de mensen geloven dat deze aanbidding van God is, hoe meer verblind ze worden.

De Heer is vastbesloten om het allemaal te oordelen. Hij waarschuwt: ’Als je je bezig houdt met deze corrupte aanbidding, ben je je zonden alleen maar aan het vermeerderen.’ Weer drong God erop aan: ’Ontsteekt een lofoffer van het gezuurde en roept vrijwillige offers uit; doet het horen!’ (Amos 4:5). Waarom zei Hij dit? Omdat de wet verbood dat gezuurde lofoffers met vuur verbrand zouden worden (zie Lev. 2:11). Bovendien was gezuurd brood alleen bedoeld voor priesters.

Evenzo moest ieder dankoffer van brood zijn: ’ongezuurde koeken met olie aangemaakt, en ongezuurde dunne koeken, met olie bestreken’ (7:12). Deze ongezuurde offers waren allemaal als toelichting bedoeld. Zij betekende lofprijs, dat zuiver was. Door de Schriften heen wordt zuurdeeg gezien als een soort zondig vlees. Het werd soms gebruikt om naar melaatsheid te verwijzen. ’Uw lofoffers zijn vol vlees. Ik zal alleen die offers accepteren die geheiligd zijn, geofferd door schone handen en zuivere harten. Er kan geen zuurdeeg, geen vleselijke toegeeflijkheid zijn in mijn aanwezigheid.’

’Wie mag de berg des HEREN beklimmen, wie mag staan in zijn heilige stede? Die rein is van handen en zuiver van hart, die zijn ziel niet op valsheid richt, noch bedrieglijk zweert.’ (Psalmen 24:3-4).

Populair

Aan de buitenkant waren de Bethel aanbidders erg religieus. Zij offerden ijverig iedere morgen. En ze waren getrouw in het geven van de tiende en de gaven. Eens temeer drong God er bij hen op aan: ’Brengt des morgens uw slachtoffers, op de derde dag uw tienden!’ (Amos 4:4). Hij zag dat deze mensen iedere dag begonnen met lofprijs en aanbidding. Ze waren vrolijk als ze naar hun erediensten gingen. Het gaan naar Bethel om te aanbidden werd zo populair dat het zich uitbreidde naar steden in de omtrek, van Bethel naar Gilgal tot Bersheba.
Maar de Heer waarschuwde hen allen: ’Zoek niet Bethel, noch Gilgal, en ga niet naar Bersheba. Het zal tot niets worden’ (5:5). God stond op het punt het allemaal neer te halen. Hij zou al hun gezuurde offers van prijs en aanbidding verteren. Waarom? Omdat de mensen: ’de gerechtigheid ter aarde nederwerpen!’ (Amos 5:7).

God heeft nog steeds een heilig, afgescheiden overblijfsel van wie de lofoffers zuiver zijn. Deze vrome heiligen zijn niet bevangen door wereldse doeleinden. Hun aanbidding heeft het geluid van machtige waterstromen. En zij hebben een gebroken hart voor de Heer en een heilige eerbied voor Hem. Uit zulke eerbied komen glorievolle uitroepen van lof.
Maar grote menigtes in de kerk zijn altijd op zoek naar iets nieuws. Ze willen nieuwe en opwindende manieren om God te aanbidden. Dus zoeken zij Bethel-altaren uit, waar de lofprijs luid en vrolijk klinkt. Maar de aanbidding in deze plaatsen wordt niet geleid door mensen die huilen over de zonden in God’s huis. Hun lofprijs kan dan wel uitbundig en kleurvol zijn. Maar er is geen echte aanwezigheid van Christus. En er is geen bescherming tegen de leugen van het vlees.

Het was waarschijnlijk spannend om deel te nemen aan de lofprijsdiensten in Bethel. Maar die aanbidders hadden geen hart voor de dingen van God. Zij hielpen niet de armen noch maakten zij zich druk om de behoeftigen. In plaats daarvan was hun lofprijs vol vlees en zuurdeeg. Amos waarschuwde: ’Zoekt de HERE opdat Hij niet vare als een vuur in het huis van Jozef’ (Amos 5:6). Laat mij evenzo deze waarschuwing geven van de Heer: Preekt uw voorganger niet een woord dat zonde blootlegt, is er geen oproep tot bekering en berouw, geen waarschuwing om de zonde achterwege te laten? Dan bent u waarschijnlijk een Bethel-altaar aan het aanbidden. En dan bent u in groot gevaar om bedrogen uit te komen.

Ontredderend woord

God verklaarde: ’Ik zal ook bezoeking doen aan Betels altaren, zodat de altaarhoornen afgehouwen worden en ter aarde vallen’ (Amos 3:14). Dit was een ontredderend woord. In het Oude Testament had het houten altaar in de tempel vier uitgesneden horens aan zijn hoeken. Deze horens waren overdekt met koper en waren in de vorm van de horen van een ram. De horens vertegenwoordigden het recht van toevluchtsplaats. Door zich hier aan vast te houden, plaatste een overtreder zich onder de bescherming van God’s reddende, behoudende genade. Als een jonge man hoorde ik vele vrome oude mannen zeggen: ’Ik ben veilig, Heer. Ik heb beslag gelegd op de horens van het altaar.’

We zien dit soort van toevlucht geïllustreerd in het leven van David’s zoon Adonia. Deze rebelse man had geprobeerd de troon van Israël te roven. Maar David’s andere zoon, Salomo, gaf een doodvonnis uit voor Adonia. In paniek rende Adonia naar de tempel en greep de horens van het altaar. Zijn leven werd gespaard. Nu vertelde God aan Amos dat Hij deze ontzagwekkende horens van bescherming zou afsnijden. De Heer zou de horens van het altaar afhouwen en ze op de grond neerwerpen. Dit betekent dat de mensen niet langer onder zijn bescherming zouden staan. In plaats daarvan zouden ze open staan voor grote leugens. Zij zouden geen beveiliging hebben tegen valse doctrines of valse aanbidding.

In Afrika komen grote menigtes van mensen van over de hele wereld om een man te horen die claimt dat God hem profetieën gaf in de schoot van zijn moeder. Amerikanen in het bijzonder reizen bij honderden om een ’persoonlijke profetie’ te horen van deze man. Maar de boodschap is volkomen onbijbels en godslasterlijk. Deze onwijze zoekers zijn verstrikt door een leugen.

In een Balkan-staat claimt een profetes mensen te leiden in tripjes naar de hel. De vrouw was eens een heks, en ze zegt dat ze eens zelf in de hel was. Ze instrueert mensen op de vloer te liggen en hun geest los te laten, terwijl zij hen leidt in een denkbeeldig tripje met wat zij zelf ervaarde. Mensen lopen in grote getale naar haar toe voor de ervaring. Maar het is allemaal onbijbels, een totale toestand van verwarring. Inderdaad, er is iets duivels dat achter dit werk schuilgaat.

In Brazilië belooft een evangelist om kanker in mensen te genezen voor duizend dollar. Hij doet ook aan duivel-uitdrijving tegen betaling. Hij heeft een grote schare volgelingen gekregen, en hij wordt rijk door wat hij zegt dat zijn gaven zijn. Toch is het volkomen onbijbels, een totale leugen.

Leugenachtige evangeliën

Amerika zelf is ’s werelds ergste brutale verkoper geworden van leugenachtige evangeliën. Hoe dit mogelijk is? Christenen zijn bijbels-ongeletterd geworden. Zij nemen niet meer de moeite om God’s Woord te bestuderen. Zij zijn niet bereid om te vasten of tijd in gebed door te brengen. In plaats daarvan rennen ze nu weer hier en dan weer daar heen, terwijl ze het vlees koesterende onderwijs uitzoeken van de een of andere evangelist die compromieën sluit met de wereld.

Hoe zouden grote menigtes van mensen kunnen vallen voor zulke leugens? Hoe zouden ze zo gemakkelijk op een zijweg kunnen geleid worden? Hoe werden deze massa’s van mensen zo blind voor valse werken van het vlees? Amos vertelt ons waarom: hun beschermende muren zijn neergehaald, vanwege zonde. God heeft de horens van het altaar verwijderd. En de mensen hebben al hun onderscheidingsvermogen verloren. Zulke gelovigen zullen onder de eersten zijn die de antichrist omarmen.

’In alle wijngaarden (kerken) zal gejammer zijn: want Ik zal door u heen gaan, zegt de Heer. Wee hun, die verlangen naar de dag des HEREN! Wat toch zal de dag des HEREN voor u zijn? Duisternis is hij, en geen licht! Ik veracht uw feesten, en kan uw samenkomsten niet luchten. Ja, als gij Mij brandoffers brengt, en uw spijsoffers, heb Ik daaraan geen welgevallen. Doe van Mij weg het getier van uw liederen, het getokkel van uw harpen wil Ik niet horen. Maar laat het recht als water golven, en gerechtigheid als een immer vloeiende beek’ (Amos 5:17-24).

God’s boodschap is duidelijk: totdat zijn rechtvaardigheid in ons midden begint te stromen, onze harten schoonmakend, zullen we niet in staat zijn Hem een echt aanbiddingsoffer te geven. Lofprijs die komt van harten die gevuld zijn met lust en begeerte zijn alleen maar lawaai in zijn oren. Hij wil niet de aanbidding accepteren van hen die alleen plezier zoeken of weigeren anderen te vergeven.

Temidden van al deze profetische waarschuwingen geeft Amos dit woord van hoop: ’Zoekt het goede en niet het kwade, opdat gij leeft en aldus de HERE, de God der heerscharen, met u zij, gelijk gij zegt. Haat het kwade en hebt het goede lief, en houdt het recht hoog in de poort; misschien zal de HERE, de God der heerscharen, Jozefs rest genadig zijn’ (Amos 5:14-15).
Ik dring er bij u op aan de boodschap van Amos nauwlettend in acht te nemen. Zoek de Heer met uw gehele hart. Sta uzelf toe geoordeeld te worden door zijn Woord. Belijd uw zonden en laat ze achterwege. Dan zal God u zegenen met onderscheidingsvermogen. U zult weten of u aan het aanbidden bent bij een Bethel-altaar. En u zult in staat zijn hem te aanbidden in Geest en waarheid.

Bron : David Wilkerson – Vertaling : Onbekend (© World Challenge, Lindale, Texas, USA) Geplaatst op 2009-03-28

Het Pocket Kruisje

Het_Pocket_Kruisje

Het kruisje dat ik bij mij draag
herinnert mij er telkens aan
dat ik als christen leven wil
en op Gods weg wil gaan.

Het is geen magisch stukje hout,
geen toverbrenger van geluk,
en het beschermt mij evenmin
voor pijn of ongeluk.

Ik draag het ook niet als een soort
identiteitsbewijs bij mij;
het is een teken van contact
tussen mijn Heer en mij.

Als ik mijn hand steek in mijn zak
omdat ik geld of sleutel zocht,
voel ik dat kruisje, dat mij zegt:
“Hij heeft mij vrijgekocht!”

Het zegt mij dat ik danken mag
voor zegeningen, groot en klein,
en dat ik steeds, in woord en daad,
Zijn volgeling moet zijn.

’t Herinnert mij ook aan het feit
dat Christus troost en vrede geeft
aan ieder, die zich aan Zijn zorg
en liefde overgeeft.

Zo draag ik ’t kruisje steeds bij mij
als teken van geloof en hoop
dat Christus ook mijn Heer wil zijn
als ‘k Hem maar niet ontloop.

Het_Pocket_Kruisje

Klik hier voor afbeeldingen v/h Pocket Kruisje in diverse talen

Hedendaagse wonderen en tekenen

De bijbel laat zien dat er drie perioden zijn waarin God wonderen en tekenen deed. De grootste periodes uit de bijbel worden gekenmerkt door het feit dat er geen wonderen en tekenen gebeurden. Johannes de Doper, waarvan toch geprofeteerd is dat hij de bode zou zijn van de komende Messias, deed geen enkel teken.

En velen kwamen naar Hem toe en zeiden: Johannes deed wel geen teken, maar alles wat Johannes over Deze Man zei, was waar.  En velen geloofden daar in Hem. Joh.10:41-42

De perioden van wonderen en tekenen die de bijbel beschrijft zijn de volgende drie, te weten. De tijd van Mozes en Jozua, Elia en Elisa en de tijd van de Here Jezus en Handelingen.

De wonderen en tekenen die in Handelingen plaatsvonden gebeurden door de apostelen.

En er kwam vrees over iedereen; en er werden veel wonderen en tekenen door de apostelen gedaan. Hand 2:43

Of de tekenen en wonderen werden gedaan onder de leiding van de apostelen. Dit zie je bij Stefanus die door de apostelen bekrachtigt wordt om tekenen te verrichten.  (Hand.2:5-8)

Handelingen is het sluitstuk van de wonderen en tekenen. In Handelingen lezen we hoe Paulus door Jezus Zelf geroepen wordt en hoe hij wonderen en tekenen doet. De brieven die na het boek Handelingen in de bijbel staan zijn verslagen en brieven aan deze gemeentes. Dit betekend niet dat de handelingen die hij doet pas na het boek Handelingen komen. Het boek Handelingen is geschreven door Lucas en de brieven door Paulus.

Ook in de brieven van Paulus lees je over wonderen en tekenen, maar je ziet ook dat deze stoppen. Hij geneest Timotheüs niet, geeft hem advies voor zijn maag. Een andere medewerker moest hij ziek achterlaten. Dit geeft duidelijk weer dat de tijd van wonderen en tekenen voorbij is gegaan.

De tijd van wonderen en tekenen zal weer terug komen, na de opname als de twee getuigen zullen spreken in Jeruzalem.

Het feit dat wonderen en tekenen gedaan werden door de apostelen kunnen we ook opmaken uit de benaming van het bijbelboek Handelingen. De eigenlijke naam is Handelingen der Apostelen. Ook Paulus verdedigt zijn apostelschap door te wijzen op de wonderen en tekenen die hij deed.

Ik ben immers in niets minder geweest dan de apostelen bij uitstek, hoewel ik niets ben.  De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten.  2 Kor.12:11-12

In de huidige tijd is er een steeds groter wordende groep christenen die gelooft dat wonderen en tekenen ook voor vandaag zijn. Onder aanvoering van de bekende leraren uit de charismatische beweging is er een enorme toestroom gekomen van christenen die het basisgeloof aan de kant hebben geschoven en er een wonderen en tekenen geloof voor terug hebben gekregen. De meest aangehaalde tekst om te “bewijzen”dat wonderen en tekenen ook voor vandaag de dag zijn is Marcus 16. In dit hoofdstuk lezen we dat de gelovigen te herkennen zijn aan de wonderen en tekenen. Als we naar het laatste vers kijken dan zien we ook over wie er hier gesproken wordt. De discipelen.

De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God,  maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen. Mar.16:19-20

De bijbel roept ons op om te geloven, niet om wonderen en tekenen te zoeken. Dit terwijl juist vandaag de dag velen hiernaar op zoek zijn. Vooral vanuit de charismatische beweging komen vele dwalingen. Als men bijvoorbeeld niet in tongen spreekt dan ben je niet echt vervuld met de Heilige Geest want door tongentaal bouw je jezelf op. Dit terwijl tongentaal een teken is voor ongelovigen (1 Kor.14:22) , het ten teken was voor de Joden dat de heidenen dezelfde Geest hadden ontvangen als zij, nadat ze tot geloof waren gekomen. (Hand.10:44-47)

Als we eens kijken naar al de beweringen die gedaan worden door hedendaagse leraren en gelovigen dan blijken ze niet gefundeerd op de bijbel maar op de ervaring van mensen. Bevrijding, genezing, visioenen en profetieën. De ene getuigenis nog mooier dan de ander. Het bijbelse bewijs is echter niet te leveren. Het meest gehoorde argument is:”Ik heb het zelf ervaren”. Iemand schreef eens. Als men een ervaring heeft gehad, dan is het bijna onmogelijk om deze persoon van zijn ongelijk te overtuigen. Zo is het ook in deze tijd.

Kijk maar naar iemand als Tod Bentley. Bewezen dwaalleraar, toch door velen aanbeden en weer hersteld in zijn “geestelijke”ambt.

Waarom gaan al deze mensen die claimen dat ze in de naam van Jezus wonderen en tekenen doen niet naar de ziekenhuizen en genezen mensen? Waarom worden er geen mensen genezen met het syndroom van down? Jezus genas iedereen, Paulus wekte iemand op uit de dood, de schaduw van Petrus bracht genezing. Waarom gebeurt dat nu dan niet meer als God wilt dat we wonderen en tekenen doen?

want wij wandelen door geloof, niet door aanschouwing. 2 Kor.5:7

Want de gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, zoals geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Rom.1:17

Tekenen zijn in deze dagen een hot item. Het is, misschien wel voor de meeste christenen, een bewijs van het christen zijn en iets wat we moeten doen. Ook de naderende wederkomst van Jezus wordt berekent. Allerlei onderzoeken worden er gedaan om maar vast te kunnen stellen wanneer Hij terug komt. Ook de geruchten van oorlogen, aardbevingen en dergelijke zijn aanleiding om naar de tekenen te kijken van de aanstaande opname van de gemeente. Ook dit is een onderdeel van de wereldwijde wonderen en tekenen bediening. Als we kijken naar de bijbel met betrekking tot de dag dat Jezus terug komt dan krijgen we één duidelijke opdracht.

We moeten omhoog kijken en de Heer verwachten.

Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de gerechtigheid waarop wij hopen.Gal.5:5

Wonderen en tekenen zijn niet voor ons. Dit is ook geen noodzaak om te geloven. Je ziet het aan het volk Israël. Hoeveel wonderen en tekenen God ook deed, ze dwaalden steeds weer af. Zo is het nu nog steeds. Wonderen en tekenen geven geen garantie voor geloof. Enkel het vertrouwen op het offer van de Here Jezus rechtvaardigt ons en zal ons bevrijden.

Bron : Rejoice Now

Het woord “Sion” in Gods Woord

De_burcht_Sion

Het woord Sion ook wel als Zion geschreven komt 161 maal voor in Gods Woord.
Anti Zionisten haten de God van de Bijbel want zij ontkennen willens en wetens dat Zion de stad van God zelf is. Anti Zionisten gruwelen en huiveren van het idee, dat er een dag komt waarop zij door God de Vader zullen worden geoordeeld op de dag dat God opnieuw inwoning zal doen in Zijn stad ZION ! Vreselijk zal het op die dag voor de Anti Zionisten zijn wanneer zij in de handen van de Levende God vallen en zullen worden geoordeeld.

Deuteronomium 4 48 Van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, tot aan den berg Sion, welke is Hermon;
Jozua 19 19 En Hafaraim, en Sion, en Anacharath,
2 Samuel 5 7 Maar David nam den burg Sion in; dezelve is de stad Davids.
1 Koningen 8 1 Toen vergaderde Salomo de oudsten van Israel, en al de hoofden der stammen, de oversten der vaderen, onder de kinderen Israels, tot den koning Salomo te Jeruzalem, om de ark des verbonds des HEEREN op te brengen uit de stad Davids, dewelke is Sion.
2 Koningen 19 21 Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.
2 Koningen 19 31 Want van Jeruzalem zal het overblijfsel uitgaan, en het ontkomene van den berg Sion; de ijver van den HEERE der heirscharen zal dit doen.
1 Kronieken 11 5 En de inwoners van Jebus zeiden tot David: Gij zult hier niet inkomen. David dan nog won den burg Sion, welke is de stad Davids.
2 Kronieken 5 2 Toen vergaderde Salomo de oudsten van Israel, en al de hoofden der stammen, de oversten der vaderen onder de kinderen Israels, te Jeruzalem, om de ark des verbonds des HEEREN op te brengen uit de stad Davids, dewelke is Sion.
Psalmen 2 6 Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.
Psalmen 9 12 Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.
Psalmen 9 15 Opdat ik Uw gansen lof in de poorten der dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil.
Psalmen 14 7 Och, dat Israels verlossing uit Sion [kwam]! Als de HEERE de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, [dan] zal zich Jakob verheugen, Israel zal verblijd zijn.
Psalmen 20 3 Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion.
Psalmen 48 3 Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, [aan] de zijden van het noorden; de stad des groten Konings.
Psalmen 48 12 Laat de berg Sion blijde zijn; laat de dochteren van Juda zich verheugen, om Uwer oordelen wil.
Psalmen 48 13 Gaat rondom Sion, en omringt haar; telt haar torens;
Psalmen 50 2 Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende.
Psalmen 51 20 Doe wel bij Sion naar Uw welbehagen; bouw de muren van Jeruzalem op.
Psalmen 53 7 Och, dat Israels verlossingen uit Sion kwamen! Als God de gevangenen Zijns volks zal doen wederkeren, [dan] zal zich Jakob verheugen, Israel zal verblijd zijn.
Psalmen 65 2 De lofzang is [in] stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden.
Psalmen 69 36 Want God zal Sion verlossen, en de steden van Juda bouwen; en aldaar zullen zij wonen, en haar erfelijk bezitten;
Psalmen 74 2 Gedenk aan Uw vergadering, [die] Gij van ouds verworven hebt; de roede Uwer erfenis, [die] Gij verlost hebt; den berg Sion, waarop Gij gewoond hebt.
Psalmen 76 3 En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.
Psalmen 78 68 Maar Hij verkoos den stam van Juda, den berg Sion, dien Hij liefhad.
Psalmen 84 8 Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk [van] [hen] zal verschijnen voor God in Sion.
Psalmen 87 2 De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob.
Psalmen 87 5 En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen.
Psalmen 99 2 De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.
Psalmen 102 14 Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.
Psalmen 102 17 Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,
Psalmen 102 22 Opdat men den Naam des HEEREN vertelle te Sion, en Zijn lof te Jeruzalem;
Psalmen 110 2 De HEERE zal de scepter Uwer sterkte zenden uit Sion, [zeggende]: Heers in het midden Uwer vijanden.
Psalmen 125 1 Een lied Hammaaloth. Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, [die] niet wankelt, [maar] blijft in eeuwigheid.
Psalmen 126 1 Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.
Psalmen 128 5 De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;
Psalmen 129 5 Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.
Psalmen 132 13 Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, [zeggende]:
Psalmen 133 3 Het is gelijk de dauw van Hermon, [en] die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen [en] het leven tot in der eeuwigheid.
Psalmen 134 3 De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.
Psalmen 135 21 Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
Psalmen 137 1 Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij gedachten aan Sion.
Psalmen 137 3 Als zij, die ons aldaar gevangen hielden, de woorden eens lieds van ons begeerden, en zij, die ons overhoop geworpen hadden, vreugd, [zeggende]: Zingt ons [een] van de liederen Sions;
Psalmen 146 10 De HEERE zal in eeuwigheid regeren; uw God, o Sion! is van geslacht tot geslacht. Hallelujah!
Psalmen 147 12 O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
Psalmen 149 2 Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.
Hooglied 3 11 Gaat uit, en aanschouwt, gij, dochteren van Sion! den koning Salomo, met de kroon, waarmede Hem Zijn moeder kroonde op den dag Zijner bruiloft, en op den dag der vreugde Zijns harten.
Jesaja 1 8 En de dochter van Sion is overgebleven als een hutje in den wijngaard, als een nachthutje in den komkommerhof als een belegerde stad.
Jesaja 2 3 En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
Jesaja 3 16 Verder zegt de HEERE: Daarom dat de dochteren van Sion zich verheffen, en gaan met uitgestrekten hals, en lonken met de ogen, al gaande en trippelende daarhenen treden, en alsof haar voeten gebonden waren.
Jesaja 3 17 Zo zal de HEERE den schedel der dochteren van Sion schurftig maken, en de HEERE zal haar schaamte ontbloten.
Jesaja 4 3 En het zal geschieden, dat de overgeblevene in Sion, en de overgelatene in Jeruzalem zal heilig geheten worden, een iegelijk, die geschreven is ten leven te Jeruzalem;
Jesaja 4 4 Als de Heere zal afgewassen hebben den drek der dochteren van Sion, en de bloedschulden van Jeruzalem zal verdreven hebben uit derzelver midden, door den Geest des oordeels, en door den Geest der uitbranding.
Jesaja 4 5 En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen.
Jesaja 8 18 Ziet, ik en de kinderen, die mij de HEERE gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israel, van den HEERE der heirscharen, Die op den berg Sion woont.
Jesaja 10 12 Want het zal geschieden, als de HEERE een einde zal gemaakt hebben van al Zijn werk op den berg Sion en te Jeruzalem, dan zal Ik te huis zoeken de vrucht van de grootsheid des harten van den koning van Assyrie, en de pracht van de hoogheid zijner ogen.
Jesaja 10 24 Daarom zegt de Heere HEERE der heirscharen alzo: Vreest niet, gij Mijn volk, dat te Sion woont! voor Assur, als hij u met de roede zal slaan, en hij zijn staf tegen u zal opheffen, naar de wijze der Egyptenaren;
Jesaja 10 32 Nog een dag blijft hij te Nob; hij zal zijn hand bewegen [tegen] den berg der dochter van Sion, den heuvel van Jeruzalem.
Jesaja 12 6 Juich en zing vrolijk, gij inwoneres van Sion! want de Heilige Israels is groot in het midden van u.
Jesaja 14 32 Wat zal men dan antwoorden den boden des volks? Dat de HEERE Sion gegrond heeft, opdat de bedrukten Zijns volks een toevlucht daarin hebben zouden.
Jesaja 16 1 Zendt de lammeren van den heerser des lands van Sela af, naar de woestijn henen, tot den berg der dochter van Sion.
Jesaja 18 7 Te dien tijd zal den HEERE der heirscharen een geschenk gebracht worden [van] het volk, dat getrokken is en geplukt, en van het volk, dat vreselijk is van dat het was en voortaan; een volk van regel [en] regel, en van vertreding, welks land de rivieren beroven; tot de plaats van den Naam des HEEREN der heirscharen, tot den berg Sion.
Jesaja 24 23 En de maan zal schaamrood worden, en de zon zal beschaamd worden, als de HEERE der heirscharen regeren zal op den berg Sion en te Jeruzalem, en voor zijn oudsten zal heerlijkheid zijn.
Jesaja 28 16 Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.
Jesaja 29 8 Het zal alzo zijn, gelijk wanneer een hongerige droomt, en ziet, hij eet; maar als hij ontwaakt, zo is zijn ziel ledig; of, gelijk als wanneer een dorstige droomt, en ziet, hij drinkt; maar als hij ontwaakt, ziet, zo is hij nog mat, en zijn ziel is begerig; alzo zal de menigte aller heidenen zijn, die tegen den berg Sion krijgen.
Jesaja 30 19 Want het volk zal in Sion wonen, te Jeruzalem; gij zult ganselijk niet wenen; gewisselijk zal Hij u genadig zijn op de stem uws geroeps; zo haast Hij die horen zal, zal Hij u antwoorden.
Jesaja 31 4 Want alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Gelijk als een leeuw, en een jonge leeuw over zijn roof brult, wanneer schoon een volle menigte der herderen samengeroepen wordt tegen hem, verschrikt hij voor hun stem niet, en vernedert zich niet vanwege hun veelheid; alzo zal de HEERE der heirscharen nederdalen, om te strijden voor den berg Sions en voor haar heuvel.
Jesaja 31 9 En hij zal van vreze doorgaan [naar] zijn rotssteen, en zijn vorsten zullen voor de banier verschrikken, spreekt de HEERE, die te Sion vuur, en te Jeruzalem een oven heeft.
Jesaja 33 5 De HEERE is verheven, want Hij woont [in] de hoogte; Hij heeft Sion vervuld met gericht en gerechtigheid.
Jesaja 33 14 De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; [zij] [zeggen]: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan?
Jesaja 33 20 Schouwt Sion aan, de stad onzer bijeenkomsten; uw ogen zullen Jeruzalem zien, een geruste woonplaats, een tent, die niet ter neder geworpen zal worden, welker pinnen in der eeuwigheid niet zullen uitgetogen worden, en van welker zelen geen verscheurd worden.
Jesaja 34 8 Want het zal zijn de dag der wraak des HEEREN, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak.
Jesaja 35 10 En de vrijgekochten des HEEREN zullen wederkeren, en [tot] Sion komen met gejuich, en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden.
Jesaja 37 22 Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.
Jesaja 37 32 Want van Jeruzalem zal het overblijfsel uitgaan, en het ontkomene van den berg Sion; de ijver des HEEREN der heirscharen zal dit doen.
Jesaja 40 9 O Sion, gij verkondigster van goede boodschap, klim op een hogen berg; o Jeruzalem, gij verkondigster van goede boodschap, hef uw stem op met macht, hef ze op, vrees niet, zeg den steden van Juda: Zie [hier] is uw God!
Jesaja 41 27 [Ik], de Eerste [zeg] tot Sion: Zie, zie [ze] [daar]! en tot Jeruzalem; Ik zal een blijden boodschapper geven.
Jesaja 46 13 Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet verre wezen, en Mijn heil zal niet vertoeven; maar Ik zal heil geven in Sion, aan Israel Mijn heerlijkheid.
Jesaja 49 14 Doch Sion zegt: De HEERE heeft mij verlaten, en de HEERE heeft mij vergeten.
Jesaja 51 3 Want de HEERE zal Sion troosten, Hij zal troosten al haar woeste plaatsen, en Hij zal haar woestijn maken als Eden, en haar wildernis als den hof des HEEREN; vreugde en blijdschap zal daarin gevonden worden, dankzegging en een stem des gezangs.
Jesaja 51 11 Alzo zullen de vrijgekochten des HEEREN wederkeren, en met gejuich tot Sion komen; en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vreugde en blijdschap zullen zij aangrijpen, treuring en zuchting zullen wegvlieden.
Jesaja 51 16 En Ik leg Mijn woorden in uw mond, en bedek u onder de schaduw Mijner hand; om den hemel te planten, en om de aarde te gronden, en om te zeggen tot Sion: Gij zijt Mijn volk.
Jesaja 52 1 Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion! trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad? want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.
Jesaja 52 2 Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem! maak u los [van] de banden van uw hals, gij gevangene dochter van Sion!
Jesaja 52 7 Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.
Jesaja 52 8 Er is een stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen te zamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal.
Jesaja 59 20 En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de HEERE.
Jesaja 60 14 Ook zullen, zich buigende, tot u komen de kinderen dergenen, die u onderdrukt hebben, en allen, die u gelasterd hebben zullen zich nederbuigen aan de planten uwer voeten; en zij zullen u noemen de stad des HEEREN, het Sion van den Heilige Israels.
Jesaja 61 3 Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.
Jesaja 62 1 Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn; totdat haar gerechtigheid voortkome als een glans, en haar heil als een fakkel, die brandt.
Jesaja 62 11 Ziet, de HEERE heeft doen horen, tot aan het einde der aarde: zegt de dochter van Sion: Zie, uw Heil komt; zie, Zijn loon is met Hem, en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht.
Jesaja 64 10 Uw heilige steden zijn een woestijn geworden, Sion is een woestijn geworden, Jeruzalem een verwoesting.
Jesaja 66 8 Wie heeft [ooit] zulks gehoord? Wie heeft dergelijks gezien? Zou een land kunnen geboren worden op een enigen dag? Zou een volk kunnen geboren worden op een enige reize? Maar Sion heeft weeen gekregen, en zij heeft haar zonen gebaard.
Jeremia 3 14 Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.
Jeremia 4 6 Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk.
Jeremia 4 31 Want ik hoor een stem als van een [vrouw], die in arbeid is, een benauwdheid als van een, die in des eersten kinds nood is, de stem van de dochter Sions; zij hijgt, zij breidt haar handen uit, [zeggende]: O, wee mij nu, want mijn ziel is moede vanwege de doodslagers!
Jeremia 6 2 Ik heb [wel] de dochter Sions bij een schone en wellustige [vrouw] vergeleken.
Jeremia 6 23 Boog en spies zullen zij voeren, het is een wreed [volk], en zij zullen niet barmhartig zijn; hun stem zal bruisen als de zee, en op paarden zullen zij rijden; het is toegerust, als een man ten oorlog tegen u, o dochter van Sion!
Jeremia 8 19 Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?
Jeremia 9 19 Want er is een stem van weeklage gehoord uit Sion: Hoe zijn wij verstoord! wij zijn zeer beschaamd, omdat wij het land hebben verlaten, omdat zij onze woningen hebben omgeworpen.
Jeremia 14 19 Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.
Jeremia 26 18 Micha, de Morastiet, heeft in de dagen van Hizkia, koning van Juda, geprofeteerd, en tot al het volk van Juda gesproken, zeggende: Zo zegt de HEERE des heirscharen: Sion zal [als] een akker geploegd, en Jeruzalem [tot] [steen] hopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten des wouds.
Jeremia 30 17 Want Ik zal u de gezondheid doen rijzen, en u van uw plagen genezen, spreekt de HEERE; omdat zij u noemen: De verdrevene. Het is Sion, [zeggen] [zij]; niemand vraagt naar haar.
Jeremia 31 6 Want er zal een dag zijn, [waarin] de hoeders op Efraims gebergte zullen roepen: Maakt ulieden op, en laat ons opgaan [naar] Sion, tot den HEERE, onzen God!
Jeremia 31 12 Dies zullen zij komen, en op de hoogte van Sion juichen, en toevloeien tot des HEEREN goed, tot het koren, en tot den most, en tot de olie, en tot de jonge schapen en runderen; en hun ziel zal zijn als een gewaterde hof, en zij zullen voortaan niet meer treurig zijn.
Jeremia 50 5 Zij zullen naar Sion vragen; op den weg herwaarts zullen hun aangezichten zijn; zij zullen komen en den HEERE toegevoegd worden, [met] een eeuwig verbond, [dat] niet zal worden vergeten.
Jeremia 50 28 Er is een stem der gevluchten en ontkomenen uit het land van Babel, om in Sion te verkondigen de wraak des HEEREN, onzes Gods, de wraak Zijns tempels.
Jeremia 51 10 De HEERE heeft onze gerechtigheden hervoor gebracht; komt en laat ons te Sion het werk des HEEREN, onzes Gods, vertellen!
Jeremia 51 24 Maar Ik zal Babel en allen inwoneren van Chaldea vergelden al hun boosheid, die zij gedaan hebben aan Sion, voor ulieder ogen, spreekt de HEERE.
Jeremia 51 35 Het geweld, dat mij en mijn vlees is aangedaan, zij op Babel! zegge de inwoneres van Sion; en mijn bloed zij op de inwoners van Chaldea! zegge Jeruzalem.
Klaagliederen 1 4 [Daleth]. De wegen Sions treuren, omdat niemand op het feest komt; al haar poorten zijn woest, haar priesters zuchten: haar jonkvrouwen zijn bedroefd, en zij zelve is in bitterheid.
Klaagliederen 1 6 [Vau]. En van de dochter Sions is al haar sieraad weggegaan; haar vorsten zijn als de herten, [die] geen weide vinden, en zij gaan krachteloos henen voor het aangezicht des vervolgers.
Klaagliederen 1 17 [Pe]. Sion breidt haar handen uit, daar is geen trooster voor haar; de HEERE heeft van Jakob geboden, dat die rondom hem zijn, zijn tegenpartijders zouden zijn; Jeruzalem is als een afgezonderde [vrouw] onder hen.
Klaagliederen 2 1 [Aleph]. Hoe heeft de Heere de dochter Sions in Zijn toorn bewolkt? Hij heeft de heerlijkheid van Israel van den hemel [op] de aarde nedergeworpen; en Hij heeft aan de voetbank Zijner voeten niet gedacht in den dag Zijns toorns.
Klaagliederen 2 4 [Daleth]. Hij heeft Zijn boog gespannen als een vijand; Hij heeft zich [met] Zijn rechterhand gesteld als een tegenpartijder, dat Hij doodde al de begeerlijke dingen der ogen; Hij heeft Zijn grimmigheid in de tent der dochter Sions uitgestort als een vuur.
Klaagliederen 2 6 [Vau]. En Hij heeft Zijn hut met geweld afgerukt, als een hof, Hij heeft Zijn vergaderplaats verdorven; de HEERE heeft in Sion doen vergeten den hoogtijd en den sabbat, en Hij heeft in de gramschap Zijns toorns den koning en den priester smadelijk verworpen.
Klaagliederen 2 8 [Cheth]. De HEERE heeft gedacht te verderven den muur der dochter Sions; Hij heeft het richtsnoer [daarover] getogen, Hij heeft Zijn hand niet afgewend, dat Hij ze niet verslonde; en Hij heeft den voormuur en den muur te zamen treurig gemaakt, zij zijn verzwakt.
Klaagliederen 2 10 [Jod]. De oudsten der dochter Sions zitten op de aarde, zij zwijgen stil, zij werpen stof op hun hoofd, zij hebben zakken aangegord; de jonge dochters van Jeruzalem laten haar hoofd ter aarde hangen.
Klaagliederen 2 13 [Mem]. Wat getuigen zal ik u brengen, wat zal ik bij u vergelijken, gij dochter Jeruzalems? Wat zal ik bij u vergelijken, dat ik u trooste, gij jonkvrouw, dochter Sions, want uw breuk is [zo] groot als de zee, wie kan u helen?
Klaagliederen 2 18 [Tsade]. Hun hart schreeuwde tot den Heere: O gij muur der dochter Sions, laat dag en nacht tranen afvlieten als een beek; geef uzelve geen rust, uw oogappel houde niet op!
Klaagliederen 4 2 [Beth]. De kostelijke kinderen Sions, tegen fijn goud geschat, hoe zijn zij [nu] gelijk gerekend aan de aarden flessen, het werk van de handen eens pottenbakkers!
Klaagliederen 4 11 [Caph]. De HEERE heeft Zijn grimmigheid volbracht, Hij heeft de hittigheid Zijns toorns uitgestort; en Hij heeft te Sion een vuur aangestoken, hetwelk haar fondamenten verteerd heeft.
Klaagliederen 4 22 [Thau]. Uw ongerechtigheid heeft een einde, o gij dochter Sions! Hij zal u niet meer gevankelijk doen wegvoeren; [maar] uw ongerechtigheid, o gij dochter Edoms! zal Hij bezoeken; Hij zal uw zonden ontdekken.
Klaagliederen 5 11 Zij hebben de vrouwen te Sion verkracht, [en] de jonge dochters in de steden van Juda.
Klaagliederen 5 18 Om des bergs Sions wil, die verwoest is, waar de vossen op lopen.
Joel 2 1 Blaast de bazuin te Sion, en roept luide op den berg Mijner heiligheid; laat alle inwoners des lands beroerd zijn, want de dag des HEEREN komt, want hij is nabij.
Joel 2 15 Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit.
Joel 2 23 En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen en den spaden regen in de eerste [maand].
Joel 2 32 En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.
Joel 3 16 En de HEERE zal uit Sion brullen, en uit Jeruzalem Zijn stem geven, dat hemel en aarde beven zullen; maar de HEERE zal de Toevlucht Zijns volks, en de Sterkte der kinderen Israels zijn.
Joel 3 17 En gijlieden zult weten, dat Ik de HEERE, uw God ben, wonende op Sion, den berg Mijner heiligheid; en Jeruzalem zal een heiligheid zijn, en vreemden zullen niet meer door haar doorgaan.
Joel 3 21 En Ik zal hunlieder bloed reinigen, [dat] Ik niet gereinigd had; en de HEERE zal wonen op Sion.
Amos 1 2 En hij zeide: De HEERE zal brullen uit Sion, en Zijn stem verheffen uit Jeruzalem; en de woningen der herderen zullen treuren, en de hoogte van Karmel zal verdorren.
Amos 6 1 Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria! die de voornaamste zijn van de eerstelingen der volken, en tot dewelke die van het huis Israels komen.
Obadja 1 17 Maar op den berg Sions zal ontkoming zijn, en hij zal een heiligheid zijn; en die van het huis Jakobs zullen hun erfgoederen erfelijk bezitten.
Obadja 1 21 En er zullen heilanden op den berg Sions opkomen, om Ezau’s gebergte te richten; en het koninkrijk zal des HEEREN zijn.
Micha 1 13 Span de snelle dieren aan den wagen, gij inwoners van Lachis! (deze is der dochter Sions het beginsel der zonde) want in u zijn Israels overtredingen gevonden.
Micha 3 10 Bouwende Sion met bloed, en Jeruzalem met onrecht.
Micha 3 12 Daarom, om uwentwil, zal Sion [als] een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal [tot] steenhopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wouds.
Micha 4 2 En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
Micha 4 7 En Ik zal haar, die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die verre henen verstoten was, tot een machtig volk; en de HEERE zal Koning over hen zijn op den berg Sions, van nu aan tot in eeuwigheid.
Micha 4 8 En gij Schaapstoren, gij Ofel der dochter Sions! tot u zal komen, ja, daar zal komen de vorige heerschappij, het koninkrijk der dochteren van Jeruzalem.
Micha 4 10 Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter Sions! als een barende [vrouw]; want nu zult gij [wel] uit de stad henen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, [maar] aldaar zult gij gered worden; aldaar zal u de HEERE verlossen uit de hand uwer vijanden.
Micha 4 11 Nu zijn wel vele heidenen tegen u verzameld, die daar zeggen: Laat ze ontheiligd worden, en laat ons oog schouwen aan Sion.
Micha 4 13 Maak u op en dors, o dochter Sions! Want Ik zal uw hoorn ijzer maken, en uw klauwen koper maken, en gij zult vele volken verpletteren; en Ik zal hunlieder gewin den HEERE verbannen, en hun vermogen den Heere der ganse aarde.
Zefanja 3 14 Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israel; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!
Zefanja 3 16 Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.
Zacharia 1 14 En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.
Zacharia 1 17 Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
Zacharia 2 7 Hui, Sion! ontkomt gij, die woont [bij] de dochter van Babel!
Zacharia 2 10 Juich en verblijd u, gij dochter Sions; want zie, Ik kom, en Ik zal in het midden van u wonen, spreekt de HEERE.
Zacharia 8 2 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
Zacharia 8 3 Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
Zacharia 9 9 Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.
Zacharia 9 13 Als Ik Mij Juda zal gespannen, [en] Ik Efraim den boog zal gevuld hebben; en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! en u gesteld zal hebben als het zwaard van een held.
Mattheus 21 5 Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt [tot] u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong ener jukdragende [ezelin].
Johannes 12 15 Vrees niet, gij dochter Sions, zie, uw Koning komt, zittende op het veulen ener ezelin.
Romeinen 9 33 Gelijk geschreven is: Ziet, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.
Romeinen 11 26 En alzo zal geheel Israel zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
Hebreen 12 22 Maar gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;
1 Petrus 2 6 Daarom is ook vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, Die uitverkoren [en] dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.
Openbaring 14 1 En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend, hebbende den Naam Zijns Vaders geschreven aan hun voorhoofden.

De Opname van de Gemeente van Jezus Christus – Wat is dat ?

Opname

De Opname van de Gemeente van Jezus Christus is een gebeurtenis in de “eindtijd” (een “eschatologische” gebeurtenis) waarin Jezus Christus voor Zijn Kerk terugkeert en waarin gelovigen “die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en… de Heer in de lucht tegemoet [gaan]” (1 Tessalonicenzen 4:16-17). Dit is de tijd van de wederopstanding, waarin elke Christen zijn of haar herrezen lichaam ontvangt. De eersten die hun nieuwe lichaam ontvangen zijn zij die als Christenen gestorven zijn, daarna volgen zij “die nog in leven zijn”.

Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen”

    (1 Korintiërs 15:51-52).

De Opname : Wanneer Zal Deze Plaatsvinden ?
De timing van de Opname heeft binnen het Christendom een groot debat in gang gezet. Zal deze vóór, tijdens of na de periode van de beproeving plaatsvinden ? De beproeving is een periode van zeven jaar die meteen voorafgaat aan de terugkeer van Christus en de stichting van Zijn koninkrijk, het millennium, dat dus 1000 jaar zal duren. De eerste 3½ jaar van de beproeving zal een tijd van vrede en samenwerking zijn, en de tweede 3½ jaar van de beproeving zal een tijd van oorlog en rampspoed zijn. Halverwege de beproeving zal de Antichrist zichzelf tot god uitroepen en verering van alle mensen van de wereld vereisen. Velen zullen voor de Antichrist neerbuigen en hem aanbidden, en als onderdeel hiervan ook zijn merkteken van wereldwijde registratie dragen. Sommigen zullen weigeren om de Antichrist te aanbidden en zijn merkteken te ontvangen, en velen zullen voor deze daad van ongehoorzaamheid worden gedood. Aan de tweede helft van de beproeving wordt gerefereerd als de “Grote Beproeving”. Er zullen in deze periode over de hele wereld uitzonderlijke catastrofen plaatsvinden (voor ondersteuning hiervan zie de schriftteksten, Openbaring 3:10, Matteüs 24, Marcus 13 en Lucas 17).

Het voornaamste debat over de Opname gaat dus niet over wat deze is, maar wanneer deze zal plaatsvinden ten opzichte van de beproeving. Samengevat: het standpunt van de pre-beproeving (of pre-tribulatie) houdt in dat de opname zal plaatsvinden vóór de periode van de beproeving; midden-beproeving (of midden-tribulatie) stelt dat de opname halverwege de beproeving zal plaatsvinden; en het post-beproeving (of post-tribulatie) standpunt stelt dat de opname zal plaatsvinden aan het einde van de beproeving.

De Opname : Maakt het voor hen die in Jezus Christus geloven uit wanneer dit zal gebeuren ?
De pre-beproeving opname is een prachtige hoop voor hen die in Jezus Christus geloven. Maar, of we lang genoeg zullen leven om de opname mee zullen maken, of dat nu een pre-beproeving, midden-beproeving of post-beproeving is, of dat we zullen sterven voordat er een opname van welk soort dan ook plaatsvindt, de enige sleutel tot de eeuwige verlossing is in al deze gevallen ons geloof en vertrouwen in Jezus Christus. Zorg dat je veilig bent in je relatie met Christus, en dan maken alle andere dingen werkelijk geen verschil uit.

“…In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben”

      (Johannes 14:2-3).

“Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn”

    (1 Tessalonicenzen 4:16-17).

Jezus Christus : Veel Dingen voor Veel Mensen
Jezus Christus is al door veel mensen veel verschillende namen gegeven, waaronder een groot mens, een groots leraar, en een grootse profeet. Er is vandaag de dag geen legitieme schriftgeleerde die ontkent dat Jezus Christus een historische figuur was die ongeveer 2000 jaar geleden de aarde bewandelde, dat Hij opmerkelijke wonderen verrichtte en daden van liefdadigheid uitvoerde, en dat Hij een afschuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis, net buiten Jeruzalem. Het enige geschil dat er bestaat gaat over de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God was die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond. Dit zijn allemaal kwesties die betrekking hebben op historische verslagen en die allemaal op een eerlijke manier ontdekt en beproefd kunnen worden. Jezus vertelde ons wie Hij was – Hij was daar niet vaag over. “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.” (Johannes 14:6)

Jezus Christus : Hij is de Weg
Jezus Christus verklaarde “Ik ben de weg”, maar het mag duidelijk zijn dat niet iedereen Hem gelooft. Waar zijn we dan allemaal zo bang voor ? Het bewijs voor Jezus en Zijn machtige werken zijn in zowel de Bijbel als in niet-Bijbelse werken goed gedocumenteerd. Het bewijs voor Zijn kruisiging aan het kruis, de lege graftombe drie dagen daarna, en Zijn verschijningen aan meer dan 500 ooggetuigen na Zijn wederopstanding is zeer dwingend. Jezus vervulde meer dan 300 Messiaanse profetieën die in de schriftteksten van het Oude Testament waren geschreven. Met de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament, welke beiden bewezen zijn te zijn geschreven vóór de tijd dat Jezus op aarde was, kun je er zeker van zijn dat deze profetieën niet na de gebeurtenissen “in elkaar werden gestoken”. Deze werden werkelijk vervuld door de Messias, Jezus Christus.Feitelijk, als je naar enquête-resultaten kijkt, dan zie je dat mensen helemaal niet bang zijn voor Jezus. Ze zijn bang voor Christenen. Kijk eens naar hoe vele Christenen zich gedragen, en wie kan deze angst dan ontkennen. Mysterieuze rituelen, flamboyante predikanten, geld, macht, hypocrisie – Geven deze werkelijk een reële voorstelling van wie Jezus is, en wie Hij wil dat wij zijn ? Nee. Maar, Jezus vroeg ons dan ook niet om mensen en religie te volgen, Hij vroeg ons om Hem te volgen.

Jezus Christus : Hij is de Waarheid
Jezus Christus stelde “Ik ben de Waarheid” maar het is duidelijk dat velen onder ons onze eigen concepten over waarheid hebben geschapen. Onze cultuur is doordrongen van moreel relativisme en religieus pluralisme. De waarheid wordt dagelijks opnieuw gedefiniëerd. Maar Jezus gaf ons door middel van Zijn woord – de Bijbel – de absolute waarheid. Dankzij de archeologie van tegenwoordig en bewijs uit de geschiedenis en de manuscripten bestaan er veel minder redenen om de oorsprong van de Bijbel en zijn goddelijke authenticiteit in twijfel te trekken dan om de legitimiteit van de werken van Homerus, Plato en Aristoteles te ontkennen. Hoe zit het met je eigen zoektocht naar de waarheid ? Is het ook maar een prioriteit in je leven ? Hoe ontdek je de waarheid over Christus, vraag je je misschien af ? Hij vertelt ons in Matteüs 7:7, “Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.”

Jezus Christus : Hij is het Leven
In Filippenzen 3:8 vat Paulus het goed samen wanneer hij beweert dat alle andere dingen waardeloos zijn als deze worden vergeleken met de onschatbare waarde van het kennen van Jezus Christus. “Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16).

Jezus Christus : Hij is Wie Hij Beweerde te Zijn
Jezus Christus zei dat Hij de enige weg was. Jezus is uniek. Of Hij vertelde de waarheid, of Hij was gek, of Hij was een leugenaar. Maar omdat iedereen het er over eens is dat Jezus een “goed mens” was, hoe kan Hij dan zowel goed als gek zijn, of goed en een leugenaar ? Er bestaat maar één logisch alternatief – Hij moet de waarheid verteld hebben. Jezus is wie Hij beweerde te zijn – Hij is de enige weg naar God !